|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| INLEIDING |
 |
|
"De Ont-moeting" is het uitgangspunt voor het werk van Eoscentra en in wezen een holistische benadering van onze bewustzijnsgroeprocessen. |
 |
|
Vanuit een echte ont-moeting is het mogelijk ontvankelijk te worden en te zijn voor onze eigen essentie en die van anderen. Dit proces gaan we steeds aan vanuit een eigen verantwoordelijkheid voor onze processen en vanuit betrokkenheid op elkaar.
|
 |
| Bewustzijnsgroei, de Ont-moeting en Basisvertrouwen |
|
Bij bewustzijnsgroei voltrekken zich in wezen gelijktijdig, maar meestal ongelijkmatig, steeds twee processen. Het eerste proces is het proces van het opnieuw bewust worden van wat onze ziel, onze essentie, is en het ruimte geven aan de manifestaties van onze ziel, onze essentie. Het tweede proces betreft het opruimen van obstakels die het toelaten van de werking van onze ziel, van onze essentie, in de weg staan. Deze obstakels noemen we fixaties van onze aandacht.
|
 |
|
Wanneer we deze twee processen van Bewustzijnsgroei nader gaan beschouwen, dan blijkt allereerst dat een gestage en zich verdiepende Bewustzijnsgroei zich vooral voltrekt in het proces van de Ont-moeting, omdat we juist in de Ont-moeting kennis maken met de uitingen van onze essentie, onze ziel, én tegen de Fixaties van onze Aandacht oplopen. Elke Ont-moeting biedt, na goede observatie van onze innerlijke processen, dus steeds de kans om onze fixaties los te laten én om ruimte te geven aan manifestaties van onze ziel, onze essentie.
|
 |
|
Vervolgens blijkt dat de mate waarin wij erin slagen profijt uit de ont-moeting te kunnen halen, vooral afhankelijk is van het Basisvertrouwen in ons zelf en in de wereld om ons heen. Wanneer je veel basisvertrouwen hebt kun je je onafhankelijk van alle omstandigheden ontspannen, vanuit een onbevangen alertheid in het heden aanwezig zijn en van daaruit jezelf ontplooien en de ont-moeting aan- en ondergaan.
|
 |
|
Wanneer alles zich optimaal voltrekt, dan leiden wij ons leven zo goed mogelijk vanuit bezieling en bezinning en zitten wij op de meest vreugdevolle weg naar bewust-zijn.
|
 |
| Trage ontwikkeling |
Om te kunnen begrijpen waarom Bewustzijnsgroei zich, in onze ogen althans, zich zo traag en soms zo weinig echt diepgaand voltrekt, gaan we onder andere veel dieper op de aard van de Ont-moeting in en op het belang dat onze maatschappij er aan hecht. Ons idee daarvan is dat in onze maatschappij de Ont-moeting en daarmee Bewustzijnsgroei op een zijspoor staat. Onze maatschappij wordt geregeerd door het belang van economische waarden en de Bevrediging van Behoeftes en niet door de wens naar vervulling van verrijkende Verlangens, zoals in een echt ont-moeten plaats vindt. De maatschappelijke structuren, de wetten, regels en normen worden door dit gegeven bepaald en werken daarmee een optimaal vloeien en groeien naar bewust-zijn, naar vreugdevol leven en werken vanuit bezieling en bezinning, tegen. Op individueel niveau is zeker Bewustzijnsgroei mogelijk, maar doordat het maatschappelijk draagvlak voor Bewustzijnsgroei ontbreekt, blijft Bewustzijnsgroei in belangrijke mate voorbehouden aan slechts een klein segment van onze maatschappij, staat zij altijd onder druk en voltrekt zich zeker niet optimaal. Wie Bewustzijnsgroei een warm hart toedraagt, moet zich dan ook gaan afvragen hoe wij de Ont-moeting het haar toekomende primaat in onze maatschappij kunnen geven.
|
 |
| Het vervolg op het Woordenboek |
|
Als vervolg op het Woordenboek zal Eoscentra uitzoeken bij welke politieke bewegingen bezieling, bezinning en zingeving centraal staan en daar waar mogelijk stappen zetten om deze levensthema's steviger op de politieke kaart te zetten.
|
 |
| | Omhoog | |
|
|
 |
 |
| 1. BASISVERTROUWEN EN WANTROUWEN |
 |
Zolang ons leven zich in de baarmoeder voltrekt en, meestal, ook in de eerste periode na de bevalling, voelen wij ons en zijn wij sterk verbonden met onze ziel, onze essentie. Bewust en onbewust leven wij vanuit het gevoel dat het leven oké is, dat wij veilig zijn, dat er voor ons gezorgd wordt, dat wij geborgen zijn. Wij komen op de wereld vanuit een Basisvertrouwen in de werkelijkheid. Onze omgeving verzorgt ons vervolgens niet optimaal en de sfeer is óók niet altijd even goed. Wij kunnen deze ervaring niet plaatsen, waardoor het gevoel van basisvertrouwen in de wereld en in mensen geleidelijk plaats maakt voor wantrouwen. Wij scheiden ons dan af van de wereld en de mensen, die immers niet voor ons zorgen, gaan voor ons zelf zorgen en gaan ons zelf als afgescheiden van het universum, de wereld en elkaar zien. Vanuit ditzelfde gevoel van wantrouwen veroordelen wij anderen en onszelf en ontwikkelen wij manieren om onze omgeving en mensen te manipuleren om te krijgen wat wij nodig denken te hebben. Met de overgang van Basisvertrouwen naar wantrouwen verdwijnt de verbinding met onze essentie, onze ziel, hetgeen zich vertaalt in het in meer of mindere mate teloor gaan van dingen kunnen of willen voelen en waarnemen, van het gevoel van en voor liefde in het algemeen. Onze maatschappelijke structuren en instellingen en onze relaties weerspiegelen het vraagstuk van het niet in verbinding staan met onze essentie, onze ziel, weerspiegelen het wantrouwen van waaruit wij met elkaar leven. In de ont-moeting krijgen wij echter volop kansen om ons van dit vraagstuk bewust te worden en andere maatschappelijke structuren en instellingen te ontwikkelen en nieuwsoortige relaties aan te gaan.
|
 |
 |
| 1.1: Wat is Basisvertrouwen |
Basisvertrouwen is een innerlijke gesteldheid die je vertelt dat het universum, de natuur, het leven, de mensheid, al het bestaande, in essentie betrouwbaar is, doordat alles in essentie met elkaar verbonden, goed en liefdevol is en het beste met ons voor heeft. Wij voelen ons geborgen in de schoot van het universum en van het leven en zijn daar mee één. Basisvertrouwen ontspruit, met weer andere woorden gezegd, aan het levende besef dat het universum, de gehele werkelijkheid, uit pure liefde bestaat en dat wij daar onlosmakelijk vanuit onze eigenheid op een geborgen wijze deel van uitmaken. Dit weet hebben van de liefdevolle aard van het universum is het belangrijkste kenmerk van eenheidsbewustzijn, waarover meer in de bijlage “Liefde en eenheidsbewustzijn”. Hoe meer eenheidsbewustzijn we hebben, hoe beter we in ons daaruit voortvloeiende basisvertrouwen zitten.
Zolang wij nog een baby zijn, en vaak nog langer, stralen wij dit basisvertrouwen uit als onschuld. Baby's kunnen alleen maar onschuldig zijn, daar ze nog bijna geheel hun bestaan vanuit hun basisvertrouwen beleven. Wanneer we gezond opgroeien, ontwikkelen we een begrip van de werkelijkheid; onze onschuld ontplooit zich dan tot verwondering. |
 |
| Zoals we verderop nog zullen zien krijgt ons basisvertrouwen het gaandeweg ons leven, soms al in de baarmoeder en meestal al tijdens de bevalling, helaas zwaar te verduren, maar iets van het basisvertrouwen, soms zelfs heel veel, blijft in ons aanwezig.
|
 |
|
Wanneer je veel basisvertrouwen hebt, weerspiegelt zich dat uiteindelijk in de wijze waarop je je leven leidt. Onafhankelijk van alle omstandigheden kun je ontspannen, vanuit een onbevangen alertheid, in het heden aanwezig zijn en van daaruit jezelf ontplooien; je voelt dat wát je ook overkomt, het toch altijd goed met je zit, daar je het gevoel hebt dat je door het leven en het universum gedragen wordt. Op basis hiervan ontstaat een gevoel van vrijheid, het gevoel dat je leven zich vrijuit zal ontwikkelen en dat je leven geen sturing maar her-, er- en bekenning nodig heeft. Er ontwikkelt zich een verlangen om te weten waar het met je naar toe gaat; geen verlangen vanuit de wens om te controleren, maar een hunkering vanuit nieuwsgierigheid die, wanneer vervuld, vreugde in ons leven brengt.
|
 |
|
Wie basisvertrouwen heeft, wéét vaak nog niet eens dat hij het heeft, zó'n vanzelfsprekendheid is het; wél vraagt hij zich vaak af waarom anderen het vaak zo moeilijk met zichzelf hebben. Want uiteindelijk, zo vertelt hun basisvertrouwen hen, komt immers alles wel goed, als het al niet goed ís!
|
 |
|
Basisvertrouwen is onze belangrijkste essentiële eigenschap, de belangrijkste eigenschap van onze ziel. Het is de eigenschap waarmee we het universum, het leven en de ont-moeting van elkaar durven instappen en aangaan. Basisvertrouwen is zó'n belangrijke essentiële eigenschap voor ons, dat wanneer wij het kwijtraken, wij ons gedwongen voelen het op te vullen met iets anders. Wat dat andere ook is (Waarover verderop meer), het is altijd gestoeld op wantrouwen in het universum, in het leven en in de ont-moeting van elkaar!
|
 |
|
Basisvertrouwen resulteert in een zelfvertrouwen, dat in de beleving wortelt dat wij verbonden zijn met de werkelijkheid, het universum, het leven enzovoorts en erdoor gedragen en geborgen worden. Wanneer het leven anders verloopt dan verwacht, dan wordt dit met een verwonderde, accepterende nieuwsgierigheid ondergaan, waarna het leven blijmoedig hervat wordt. Het proces van het leven is belangrijker dan de doelen die wij ons daarin stellen. Met basisvertrouwen durf je je over te geven aan groeiprocessen, ben je in staat om dingen los te laten, heb je de moed om in het onbekende te springen zonder zelfs in de gaten te hebben dat je iets moedigs deed!
|
 |
Dit op basisvertrouwen stoelende zelfvertrouwen is een geheel ander soort zelfvertrouwen dan het zelfvertrouwen waar een optimist of pessimist en alle gradaties er tussenin uit putten. Want optimisten en pessimisten gaan er niet van uit dat zij deel uit maken van een grotere werkelijkheid en erdoor gedragen worden. Zij gaan uit van een fundamenteel wantrouwen in het bestaan, maar hebben manieren gevonden om er zich op eigen kracht doorheen te slaan. Het leven wordt vanuit dit wantrouwen als níet oké beleefd. Zij voelen zich er alleen, geïsoleerd en afgescheiden voor staan; situaties en mensen moeten dan ook beheerst en gecontroleerd worden. Het leven is pas oké als het vertrouwd en betrouwbaar gemaakt is, hetgeen de houding weerspiegelt van voorwaardelijk vertrouwen, een positief woord voor het begrip wantrouwen. Er wordt op een defensieve manier geleefd, waarbij ze anderen en zich zelf in de weg zitten; mededogen en gelijkmoedigheid verdwijnen en ze raken op zich zelf gericht en worden egocentrisch, het tegenovergestelde van toegewijde dienstbaarheid. Iemand die het leven vanuit wantrouwen beleeft, heeft het gevoel dat hij er alleen voor staat en dat hij er vanuit zijn eigen kracht, vanuit zijn los van de rest van de wereld staande individualiteit iets van moet zien te maken. Een optimist denkt dat hij dat kan, een pessimist denkt dat hij dat níet kan. Pijnlijke ervaringen versterken het wantrouwen. Er wordt uitgegaan uit van een controle- en resultaatgerichte beleving, terwijl het hebben van basisvertrouwen juist uitgaat van het ongedwongen, vanuit verwonderde onschuld, afwandelen van de zich voor je openende levensweg waarbij de resultaten er veel minder toe doen, maar mooi meegenomen zijn.
|
 |
|
Basisvertrouwen is onafhankelijk van ons vertrouwen in mensen en omstandigheden; op wantrouwen gebaseerd zelfvertrouwen is een voorwaardelijk, kwetsbaar schijngevoel van vertrouwen, dat juist de angst voor het leven als uitgangspunt heeft en níet de onschuldige verwondering en onbevangen beleving.
|
 |
 |
| 1.2: Het belang van Basisvertrouwen |
| Wanneer we basisvertrouwen hebben, hoeven we niet zonodig eisen te stellen aan die werkelijkheid, want we weten dat de werkelijkheid ons neemt zoals we zijn en dat de werkelijkheid ons ook laat zijn zoals wij zijn. Wij, onze essentie, onze ziel, voelen ons één met de werkelijkheid en door ons voor onze positie in de werkelijkheid open te stellen en te begrijpen, voltrekken op deze wereld de groeiprocessen van onze ziel, onze essentie zich als vanzelf. |
 |
| Het belang van basisvertrouwen is dan ook, dat zonder basisvertrouwen de ontplooiing van onze ziel, onze essentie, zich niet goed kan voltrekken, dat essentiële eigenschappen als mededogen, gelijkmoedigheid, toegewijde dienstbaarheid, intimiteit, tederheid, respect, schoonheid en al die andere eigenschappen van de liefde niet goed uit de verf komen. We durven dan niet te leven en ons te laten zien vanuit onze essentie, als we al nog enig benul van onze essentie, onze ziel hébben. |
 |
 |
| 1.3: Het verlies van ons Basisvertrouwen |
| Wanneer onze omgeving ons vanaf onze geboorte níet de liefde, de geborgenheid, de veiligheid, de volmaaktheid geven waar wij in de baarmoeder zo aan gewend zijn, dan kunnen wij de werkelijkheid niet meer bezien vanuit ons basisvertrouwen en keren wij ons af van het idee en gevoel van compleetheid en eenheid met de werkelijkheid. De werkelijkheid helpt óns niet, dus we zullen er zélf iets op moeten vinden. Deze afkering van ons gevoel van verbintenis met de werkelijkheid, met onze Goddelijke oorsprong als ziel of essentie, zouden we als een soort Zondeval kunnen zien.
Hoe wij dit voor elkaar krijgen, door middel van een verkeerd gebruik van onze Aandacht, door middel van de Fixatie van onze Aandacht, wordt verderop besproken.
|
 |
| Wij scheiden ons af van onze met de werkelijkheid verbonden essentie en ziel en komen tot de conclusie dat wij iets van buiten behoeven om ons compleet en één te voelen en komen vervolgens in gevecht met de werkelijkheid om eruit te halen wat we eruit willen halen om ons weer compleet en één te kunnen voelen. Tegen die tijd hebben we ons basisvertrouwen al voor een groot deel verloren dat dan plaats maakt voor en vervangen wordt door een fundamenteel wantrouwen in de werkelijkheid en in elkaar. |
 |
Dit wantrouwen in de wereld en in elkaar kan zéér diep en ver doorzieken en resulteert uiteindelijk in (zelf)veroordeling en controledwang of (zelf)beheersing en in gevoelens van onzekerheid, haat, depressiviteit, onvermogen tot beleving van blijdschap, tevredenheid, geluk en vreugde en al die andere psychische en existentiële kwalen waar onze maatschappij vandaag de dag mee geconfronteerd wordt.
Direkt uit basisvertrouwen voortvloeiende eigenschappen als mededogen, gelijkmoedigheid en toegewijde dienstbaarheid zijn ver te zoeken.
Het proces van verlies van ons basisvertrouwen wordt eveneens uitgebreid beschreven in de bijlage “Liefde en eenheidsbewustzijn”.
|
 |
 |
| 1.4: Voorkomen en terugwinnen van verlies van Basisvertrouwen |
Omdat wij als baby en kind hulpeloos zijn en daarmee afhankelijk van een ons verzorgende en koesterende omgeving, zijn wij in deze leeftijdsfasen voor de handhaving en ontwikkeling van ons basisvertrouwen vooral afhankelijk van onze ervaringen met onze omgeving.
Aangezien onze omgeving áltijd steken in de verzorging zal laten vallen en de sfeer beslist niet altijd optimaal is, voelen wij ons niet veilig en geborgen en wordt ons basisvertrouwen in de eenheid met onze omgeving aangetast. De mate waarin het basisvertrouwen wordt aangetast en zich omvormt tot wantrouwen hangt sterk af van de mate en kwaliteit die onze omgeving ons in onze opgroeifase aan lichamelijke en geestelijke verzorging weet te bieden.
Afhankelijk van onze ervaringen met onze lichamelijke en geestelijke verzorging bezit de een dus meer basisvertrouwen dan de ander. Voor de een verloopt het pad naar bewust-zijn, naar de terugkeer naar onze essentie of ziel, naar een leven vanuit liefde, bezieling en zingeving dan ook veel gemakkelijker en sneller dan voor de ander. Aangezien wij echter nooit helemaal ons basisvertrouwen en daarmee het contact met onze essentie, onze ziel, kwijt raken, krijgt iedereen in het leven bij voortduring essentiële ervaringen, keuzes en daarmee kansen of mogelijkheden. Deze essentiële ervaringen treden vooral op in de ont-moeting, waarover verderop meer. Wanneer we door observatie deze essentiële ervaringen herkennen, ze weten te plaatsen en er consequenties uit trekken, dan zijn we al bezig de weg terug naar onze essentie, onze ziel, te bewandelen en zal ons wantrouwen in het leven en in elkaar weer geleidelijk gaan plaats maken voor basisvertrouwen.
Essentiële aspecten als tederheid, respect, intimiteit, moed, doorzettingsvermogen, humor, zorgzaamheid, mededogen, toegewijde dienstbaarheid, gelijkmoedigheid en al die andere uitingsvormen van de liefde krijgen dan geleidelijk weer een plaats in ons leven.
|
 |
 |
| 1.5: De rol van maatschappelijke structuren bij het verlies en terugwinnen van Basisvertrouwen |
Het verlies van basisvertrouwen en de toename van wantrouwen in zichzelf, de ander en de maatschappij vertaalt zich uiteindelijk in maatschappelijke structuren (Gezin, huwelijk, relaties, schoolsystemen, werkrelaties, buurtrelaties, ondernemingsvormen en zo voorts), wetten, waarden, normen, regels, instellingen en zo voorts, die de werkelijkheidsbeleving vanuit wantrouwen bevestigen en versterken.
Andersom kunnen maatschappelijke structuren echter ook veranderd worden. Ze kunnen herschapen worden tot een kader waarin observatie, herkenning, beleving en ontwikkeling van onze essentie, onze ziel, voorop staat, een proces waarin de ont-moeting van ons zelf in de ander centraal staat. Daarmee slaan wij dan de weg terug in naar onze ziel, onze essentie, en komen vanuit basisvertrouwen weer tot een leven in bezieling en vanuit bezinning.
De rol van de maatschappelijke structuren en hoe wij hierin verandering kunnen aanbrengen wordt uitgewerkt in het programma van Spirit, een nieuwe politieke beweging, door Eoscentra geïnitieerd. Spirit gaat uit van een maatschappij die leeft en werkt vanuit bezieling, zingeving en bezinning en stelt daarbij het belang van de Ont-moeting centraal.
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 1| |
|
|
|
 |
| 2. ONZE PERSOONLIJKHEID |
Vanuit het bewustzijn van het hebben van behoeften en verlangens waarmee iets gedaan moet worden, willen wij ons in dit bestaan kunnen handhaven, en vanuit de ervaring dat in deze behoeften niet of niet adequaat voorzien wordt, maakt ons basisvertrouwen in de werkelijkheid en de mensen plaats voor wantrouwen. Vanuit dit wantrouwen ontwikkelen wij een unieke strategie waarmee wij op basis van onze in onze bibliotheek opgeslagen ervaringen de werkelijkheid en de mensen te lijf gaan. Deze strategie vindt zijn neerslag in de ontwikkeling van onze Persoonlijkheid. De persoonlijkheid wordt daarbij voortgedreven door de wisselwerking en spanning tussen basisangst en basisverlangen enerzijds en een gebrek aan basisvertrouwen anderzijds. Onze basisangst en basisverlangen krijgen gestalte in de vorm van allerlei fixaties van onze aandacht, die tot bewustzijnsvernauwing en bewustzijnsverdraaiing leiden. Daarmee scheiden wij ons van onze essentie, onze ziel, en worden in meer of mindere mate de in liefde verborgen essentiële kwaliteiten voor ons ontoegankelijk.
|
 |
 |
| 2.1: Vanuit behoeften en verlangens naar een overlevingsstrategie |
Vooraf en vanaf de geboorte ontwikkelt zich een bewustzijn van het hebben van Behoeften en verlangens. De omgeving, de verzorging en de sfeer waarin het kind verkeert, sluiten ondanks alle goed bedoelde pogingen nooit vlekkeloos aan bij de behoeften en verlangens van het kind. Daardoor ontstaat de ervaring van behoeftes die niet bevredigd worden en van verlangens die niet vervuld worden. Wanneer deze ervaring maar lang genoeg duurt of als te intens ervaren wordt, ontstaan er uiteindelijk gewaarwordingen, meningen, gedachten en gevoelens van lijden en pijn die het kind tot de conclusie brengen dat de werkelijkheid niet te vertrouwen is. Ons basisvertrouwen maakt plaats voor wantrouwen. Om tóch in de behoeften en verlangens te kunnen voorzien en om de pijn en de angst voor pijn in het hier en nu maar, naar verwacht, ook in de toekomst te kunnen hanteren, ontwikkelt het kind vanuit dit wantrouwen mechanismen, overlevingsstrategieën, die hun neerslag vinden in de ontwikkeling van onze Persoonlijkheid.
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 2| |
 |
 |
| 2.2: Onze Persoonlijkheid als overlevingsstrategie |
Alles waar wij in ons leven vanuit onze drang aan onze behoeften en verlangens te voldoen aandacht aan schenken en betekenis aan toekennen, wordt een bewuste of onbewuste ervaring, die als in een bibliotheek in ons wordt opgeslagen. Deze ervaringen worden door ons geïnterpreteerd en op waarde geschat, waardoor wij er betekenis aan geven. Onze bibliotheek, manifesteert zich vervolgens aan ons in de vorm van al of niet bewuste gedachten, meningen, visies, ideeën, filosofieën, levensdoelstellingen, karakter en zo voorts. Ons hele leven zijn wij bezig om onze bibliotheek uit te breiden en te verdiepen.
|
 |
Het zoeksysteem voor onze bibliotheek is de wijze waarop wij betekenis geven aan onze ervaringen, de wijze waarop wij onze ervaringen interpreteren. Onze manier van interpreteren en betekenis geven komt tot uitdrukking in de ontwikkeling van onze Persoonlijkheid. Onze Persoonlijkheid laat zien hoe wij in het leven staan, hoe wij de ervaringen en interpretaties van onze bibliotheek, structureren en brengt dit vervolgens tot uitdrukking in gedachten, ideeën, filosofieën, strevingen en gevoelens. Meer hierover vindt u onder andere in de Bijlage "Gevoelens-Betekenis van Gevoelens". Onze Persoonlijkheid is, voor alle duidelijkheid, niet ons karakter. Ons karakter zijn slechts de uiterlijke gedragingen waarmee de Persoonlijkheid aan de oppervlakte komt. Voor het antwoord op het waaróm van deze uiterlijke gedragingen moeten we echter bij de Persoonlijkheid zijn.
|
 |
|
Onze Persoonlijkheid doet zich in ons bewustzijn voor als het leidinggevende deel van ons, alhoewel onze bibliotheek en onze Persoonlijkheid slechts één, zij het belangrijk aspect van ons bewustzijn vormt.
|
 |
|
Er bestaan vele persoonlijkheden, maar alle persoonlijkheden hebben gemeen dat zij het eindpunt zijn van een ontwikkeling vanuit wantrouwen: onze Persoonlijkheid is de wijze waarop wij vanuit wantrouwen onze ervaringen, onze bibliotheek gestructureerd hebben in onze strijd met de werkelijkheid en de mensen.
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 2| |
 |
 |
| 2.3: Persoonlijkheidstypes |
 |
|
Onze Persoonlijkheid is onze insteek voor de wijze waarop wij onze levenservaringen interpreteren. Te weten komen wat onze insteek is, is echter niet zo eenvoudig, daar onze Persoonlijkheid zich verbergt achter onze gedachten, ideeën, meningen, stemmingen, filosofieën, karakter en zo voorts; het vraagt flink wat bezinningswerk en veel inzicht om zoveel lagen diep door te kunnen dringen. Velen van ons hebben bovendien vaak geen mening, idee, gedachte of filosofie over iets, of hebben er geen weet van, hetgeen het zoeken naar de Persoonlijkheid nog extra bemoeilijkt. Waarom zou men ook naar zo iets ongrijpbaars als de Persoonlijkheid op zoek gaan, als het de meesten tóch wel lukt om op een of andere in hun ogen aanvaardbare wijze door het leven te rollen?
|
 |
Elke Persoonlijkheid is meer of minder geprononceerd, komt meer of minder sterk tot ontwikkeling, kent verschillende accenten in zijn Persoonlijkheid, zit in door het leven heen wisselende ontwikkelingsfases en maakt bovendien op steeds verschillende wijze mede gebruik van de ervaringen met de andere persoonlijkheidstypes waar hij in zijn leven eveneens mee in aanraking kwam of tot ontwikkeling bracht. Daarom kunnen we wel stellen dat elke Persoonlijkheid uniek is. Wanneer we echter kijken naar het leidende principe achter alle Persoonlijkheden, dan komen een negental duidelijke persoonlijkheidstypen naar voren. Elk persoonlijkheidstype is ontstaan vanuit wantrouwen in de werkelijkheid, maar wordt getypeerd door een eigen basisangst en een daarmee corresponderend eigen basisverlangen. Vanuit de samenstelling, de dynamiek en de ontwikkeling van deze twee tegenpolen ontwikkelt zich bij elke Persoonlijkheid een eigen wijze waarop betekenis gegeven wordt aan de ervaringen, komt, anders gezegd, vanuit de twee tegenpolen een unieke levensstrategie tot ontwikkeling. In het Enneagram worden deze negen persoonlijkheidstypes in kaart gebracht. Wellicht zijn er wel meer persoonlijkheidstypes, waarom ook niet. Het belang van het Enneagram is echter dat déze persoonlijkheidstypes in ieder geval duidelijk herkenbaar zijn en ons een model getoond wordt dat ons laat zien hoe onze Persoonlijkheid ons op wantrouwen gebaseerde antwoord op de werkelijkheid en onze medemens is.
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 2| |
 |
 |
| 2.4: Negen Persoonlijkheidstypes |
 |
|
Het De Ont-moeting leent zich er niet voor om uitgebreid op de materie van het Enneagram in te gaan; liever verwijzen wij hiervoor naar de literatuurlijst.
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 2| |
 |
 |
| 2.5: Voor- en nadelen van onze Persoonlijkheid |
 |
|
Om te kunnen overleven in deze wereld leveren wij een unieke prestatie: de creatie van een bibliotheek van ervaringen bekroond door onze Persoonlijkheid. We kunnen er meestal goed mee overweg en brengen er ons leven mee tot een einde.
|
 |
Toch kleven er aan de creatie van onze Persoonlijkheid een aantal tekortkomingen die gaandeweg ons leven steeds zwaarder gaan wegen, daar de meesten onder ons de bibliotheek en de Persoonlijkheid op de verkeerde wijze gebruiken. Onze ervaringen en de wijze waarop wij er betekenis geven aan geven, zijn in feite niet meer, maar ook niet minder dan een bibliotheek, waarin wij voor ons dagelijks leven en bij elke nieuwe ervaring in grasduinen. Door onze aandacht echter te fixeren op deze bibliotheek aan het hoofd waarvan onze Persoonlijkheid staat, door hier vanuit te leven, creëren wij in ons bewustzijn een scheiding met de totaliteit van ons zijn. Wij denken dan dat onze bibliotheek en onze Persoonlijkheid ons zijn zíjn. Wanneer wij eenmaal vanuit deze gedachte leven, vanuit de fixatie op onze bibliotheek en onze persoonlijkheid dus, dan begint alle ellende.
|
 |
Door de afscheiding verliezen wij in de kennissfeer in toenemende mate onze intuïtie, onze creativiteit en ons vermogen tot onbevangen, helder en veelomvattend waarnemen, vermogens die geleidelijk vervangen worden door bekrompen onwetendheid, kokerblik en steriliteit van denken. In de belevingssfeer verdwijnt de frisheid en de diepte van de ervaring. Gevoelens en vermogens als vreugde, mededogen, vriendelijkheid, bescheidenheid, ingetogenheid, zachtmoedigheid, geduld, vastberadenheid, geestdrift en al die andere zijnstoestanden die zich het beste laten samenvatten in het begrip liefde, maken plaats voor allerlei vormen van levensangst en verlies van levenslust.
|
 |
Deze scheiding van de totaliteit van het zijn is aldus het verlies van ons contact met de enigste bron waaraan wij kunnen laven om ons verlangen naar verwerkelijking en verwezenlijking te vervullen. Zolang wij gevangen zitten in de bipolariteit van de Persoonlijkheid, kunnen wij ons leven alléén beleven vanuit onze basisangst en basisverlangen; wij zullen er dan nooit in slagen ons basisverlangen te vervullen. Altijd maar dorsten naar vervulling, maar nooit vervuld raken, dat lijkt wel een beetje op de Bijbelse spreekwoordelijke hel op aarde. Hoe zeer wij allen ronddwalen in onze prettig ingerichte bibliotheek, in de gepreoccupeerdheid met onze Persoonlijkheid verstrikt en er op gefixeerd geraakt zijn, wordt pijnlijk duidelijk op momenten dat we geconfronteerd worden met gevoelens van lijden en pijn, van zinloosheid en eenzaamheid en van een diepe hunkering naar iets onbestemds. Dat zijn de bakens van de momenten waarop we het meest scherp onze scheiding van ons zijn ervaren en we niet meer weten "waar we het (onbestemde) moeten zoeken": we hebben het contact met ons zijn, onze Essentie, onze Ziel, verloren!
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 2| |
 |
 |
| 2.6: Opheffing van de nadelen: Herstel van contact met onze essentie is mogelijk |
|
Wanneer wij echter het proces kunnen doorgronden dat zich in de dynamiek tussen de twee polen basisangst en basisverlangen afspeelt (Het proces dat aan onze Persoonlijkheid ten grondslag ligt), en onze Persoonlijkheid een meer gepaste plaats kunnen toebedelen door op gepaste wijze gebruik te maken van onze bibliotheek van ervaringen door te voorkomen dat onze aandacht er op gefixeerd raakt, dan zijn wij ruim baan aan het maken voor onze essentie of ziel die zich dan kan openbaren in een proces dat Bewustzijnsgroei heet. Wantrouwen in de werkelijkheid en onze medemens maakt dan geleidelijk weer plaats voor basisvertrouwen, dat ons in staat stelt ons zijn op een ontspannen wijze te beleven. Vanuit deze ontspannenheid kan zich onze essentie, onze ziel, dan weer gaan ontvouwen.
|
 |
Op weg naar onze ziel, onze essentie, gaat het er, voor alle duidelijkheid, níet om dat we onze bibliotheek, ons zelf en de ruggengraat ervan, onze persoonlijkheid, vernietigen. Het gaat erom dat wij onze fixatie erop kwijtraken door ons wantrouwen los te laten en ons weer over te geven aan ons basisvertrouwen. Dán wordt onze persoonlijkheid een transparant en flexibel medium, waarvan onze ziel, onze essentie, zich naar goeddunken en welbehagen van kan bedienen om tot ontvouwing te kunnen komen.
|
 |
|
Dán zitten wij ons met ons Zelf en onze Persoonlijkheid niet meer in de weg en kan onze essentie of ziel zich met behulp van ons Zelf en onze persoonlijkheid vrijelijk verwezenlijken en verwerkelijken. Dán is er sprake van een vleesgeworden eenheid van lichaam en ziel, waarbij iedereen zich, nog steeds op eigen wijze, vanuit een eigen identiteit, als wezen van liefde manifesteert.
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 2| |
 |
 |
| 2.7: De weg terug naar onze essentie |
|
De weg terug naar onze essentie, onze ziel, is het proces van bewustzijnsgroei, waar wij ons gehele leven in verkeren. Wanneer wij in dit proces het voor ons optimale spoor vinden, dan zitten we op onze Weg met hart. Hoe bewustzijnsgroei zich voltrekt, wordt in de twee volgende hoofdstukken beschreven, hoofdstuk drie en vier; waar bewustzijnsgroei ons naar toebrengt, staat in hoofdstuk vijf beschreven.
|
 |
| | Omhoog | |
|
|
|
 |
| 3. BEWUSTZIJNSGROEI ALS HUNKERING, WAARDEN EN WAARHEDEN |
 |
Onze bibliotheek en onze Persoonlijkheid stellen ons in staat om in onze levensbehoeften te voorzien, maar hebben, zoals wij zagen, als prijs dat wij ons als gescheiden gaan zien van onze essentie, onze ziel. In dit hoofdstuk laten we zien hoe wij ons bewust worden van de scheiding van onze ziel, wanneer wij in wisselwerking met onze behoeftebevrediging een hunkering gaan ervaren naar een zinvolle en zinnige invulling en beleving van ons leven. Het vorm geven aan deze hunkering vertoont zich aan ons als een zoektocht naar waarden en waarheden, een zoektocht die ons uiteindelijk bij de hoogste waarde in ons leven brengt: de liefde. De liefde heft de scheiding op tussen onze Persoonlijkheid enerzijds, en onze essentie, onze ziel, anderzijds.
|
 |
 |
| 3.1: Bevrediging van behoeften en vervulling van verlangens leiden naar onze waarden |
|
Behoeften zijn strevingen die rechtstreeks in verband staan met de eisen die het lichaam stelt om te kunnen voortbestaan. Vanuit de eis die het lichaam naar veiligheid, naar warmte, voedsel, lucht, voortplanting en zo voorts doet vragen, ontstaat het streven om daarin te voorzien. Er moet een dak boven ons hoofd komen, kinderen en daarmee een partner zijn gewenst, er moet werk zijn, er moet vervoer naar het werk zijn en zo voorts. Wij proberen deze behoeften te bevredigen door dingen en mensen binnen onze levenssfeer te trekken en ervaren rust, vrede en tevredenheid wanneer wij daarin slagen. Om dit alles voor elkaar te krijgen scheppen wij onze bibliotheek en onze Persoonlijkheid. Het is wel goed om hier nog even op te merken, dat die rust, vrede en tevredenheid slechts tijdelijk en altijd met een bijsmaak zijn, daar onze persoonlijkheid niets anders kan doen dan die rust, vrede en tevredenheid te wantrouwen. Momenten van echte, essentiële rust, vrede en tevredenheid zijn er in ons leven echter ook altijd, al laten we ze vaak ongemerkt voorbijgaan.
|
 |
Vanuit die tijdelijke rust komen wij even wat meer open te staan voor de bewustwording van onze verlangens naar immateriële zaken: dit is onze hunkering naar de beleving (Uitdragen en ondervinden) van waarden en zingeving in ons leven. De beleving van deze waarden ervaren wij als het diepe, trekkende en stuwende verlangen om ons vanuit onze essentie, ons wezen, onze ziel, vanuit liefde of vanuit kwaliteiten van liefde (Vriendelijkheid, tederheid en zo voorts) te verbinden met anderen en onze omgeving. De beleving van zingeving is onze hunkering naar antwoorden, naar kennis met betrekking tot vragen over het waarom van ons bestaan, wie wij zijn, hoe we ons leven het beste kunnen doorbrengen en zo voorts.
|
 |
Deze hunkeringen kunnen wij, anders dan bij de behoefte aan materiële waarden het geval is, niet bevredigen door iets aan te schaffen of iemand onze levenssfeer in te trekken. Déze hunkeringen kunnen wij alléén in ons leven een plaats geven door in de ont-moeting met ons zelf en de ander een stuk bewustzijns-groei te realiseren: een proces dat nooit af is, maar zich steeds verder verdiept en intensiveert. Het proces van bewustzijnsgroei, het proces van vervulling van onze essentiële verlangens, is een proces dat nooit af is en ons alsmaar verder vervult en verrijkt.
|
 |
|
Wanneer wij op de juiste wijze omgaan met onze hunkering, dan komt dat tot uitdrukking in dit proces van verrijking, waarbij in toenemende mate de kwaliteiten van onze ziel, onze essentie, zich manifesteren en wantrouwen in het leven en de werkelijkheid geleidelijk plaats maken voor basisvertrouwen.
|
 |
|
Wanneer wij ons bewust worden van de aard van dit proces van verrijking, dan zijn wij bezig te ontdekken wat waarde en zin in ons leven heeft, wat waarheid daarin is en waaruit onze leugens, onze fixaties bestaan.
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 3| |
 |
 |
| 3.2: Waarden beleefd als essentie of beleefd als fixatie |
|
Wanneer wij ons ervan bewust worden dat iets voor ons belangrijk is, dan zeggen wij dat wij er waarde aan hechten. Daarmee benoemen wij datgene wat van waarde is, met het woord waarde. Gaat het om materiële zaken, dan spreken wij van materiële waarden; gaat het om niet-materiële zaken, dan spreken wij van immateriële waarden.
|
 |
|
Wanneer wij ons hechten aan materiële waarden, dan hoeft dat onze bewustzijnsgroei niet persé in de weg te staan; materiele waarden vormen immers de afspiegeling van de behoefte van ons lichaam aan veiligheid, onderdak, warmte en zo voorts. Wanneer wij ons echter gaan identificeren met "onze" materiële waarden, dan fixeren wij er onze aandacht op en komen tot bewustzijnsvernauwing. Dit bemoeilijkt het proces van bewustzijnsgroei enorm. Immateriële waarden als vreugde, geluk, respect, vriendelijkheid en zo voorts staan in het algemeen beter aangeschreven. Ook hier geldt echter wij dat wij het gevaar lopen ze niet vanuit liefde te beleven en gebruiken. We identificeren er ons dan mee door er met onze aandacht op gefixeerd te raken en gebruiken deze waarden dan te pas en onpas. We ontwikkelen ons dan tot meer of minder irritante typetjes die zich via onze Persoonlijkheid manifesteren. Ook deze fixaties op immateriële waarden belemmeren onze bewustzijnsgroei.
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 3| |
 |
 |
| 3.3: Twee soorten essentiële waarden |
Essentiële waarden vertegenwoordigen bewustzijn van twee soorten immateriële waarden. Allereerst zijn daar waarden als tederheid, blijdschap, vreugde, vriendelijkheid en zo voorts: allemaal waarden waarmee wij op verschillende wijzen en in verschillende sterkte in ons zelf met behulp van onze gevoelens uitdrukking geven aan het wezen van onze ziel: de liefde. Daarnaast kennen we waarden als gelijkmoedigheid, geduld, doorzettingsvermogen, inzicht, wijsheid, creativiteit, standvastigheid, moed, talentvol en zo voorts: allemaal waarden waarmee onze ziel zich op een andere wijze kenbaar maakt: als de kracht en de gereedschapskist waarmee we de waarden van de ziel, alle uitingsvormen van de liefde, proberen te verwezenlijken. Wanneer beide soorten waarden optimaal samenwerken, dan openen deze immateriële waarden in meer of mindere mate in ons toegangspoorten tot onze ziel en geven ons het idee en gevoel goed, dat wil zeggen zinnig en zinvol, met ons leven bezig te zijn. Aldus vertegenwoordigen de immateriële waarden, als essentie beleefd, een enorme waarde.
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 3| |
 |
 |
| 3.4: Hoe herkennen wij wat voor ons van essentiële waarde is |
|
Het uiteindelijke criterium of iets van essentiële waarde is, wordt dus bepaald door of iets bij ons een zingevend gevoel oproept of ons op de weg daar naar toe sterkt: het gevoel dat u vertelt of u een beter mens aan het worden bent, het gevoel dat u uw leven rijker aan het maken bent, het gevoel dat u uw leven aan het vervullen bent! Wanneer deze gevoelens sterker en beter begrepen worden, dan openbaart zich de vreugde. In de vreugde herkennen we ergens de liefde of een essentiële eigenschap in en zijn verheugd over onze ont-moeting ermee; we zouden vreugde dan ook kunnen omschrijven als "De liefde als blijdschap beleefd". In de ont-moeting met de ander komen al dit soort gevoelens op verschillende wijze en in verschillende intensiteit boven drijven: de ont-moeting is dan ook cruciaal voor ons leerproces van waarden, waarheden en zingeving (Zie ook hoofdstuk 5).
|
 |
|
Als het gevoel van levensvervulling, levensverrijking en toename van basisvertrouwen niet van toepassing is, dan zijn uw gevoelens allemaal misschien nog niet zo sterk of duidelijk, beleeft u uw waarden op gefixeerde wijze, bent u niet bezig geweest met de vervulling van een voor u belangrijke immateriële waarde maar met een stukje behoeftebevrediging van een al of niet belangrijke materiële waarde óf u bent bezig met niet-zingevende waarden als haat, minachting, lompheid en zo voorts. Deze laatste waarden kenmerken zich doordat ze niet zingevend en vervullend zijn: ze maken u hol, onrustig en op den duur krachteloos, daar u er zich mee afsluit van uw bron de ziel. Ze geven u waardeloze gevoelens.
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 3| |
 |
 |
| 3.5: Van essentiële waarden naar relatieve en absolute waarheid |
|
Wie vanuit zijn hunkering op zoek is naar beleving van waarden en naar zingeving, er naar leeft en ze tot bewustzijn brengt, komt tot besef en kennis van waarden en heeft weet van waarheid.
|
 |
| 3.5.1: Relatieve waarheid |
|
Al millennia lang wordt ons "De Waarheid" voorgehouden, geloven we in waarheden of spiegelen we onszelf waarheden voor. Al die waarheden verschillen al naargelang tijd en plaats en maken het vaak moeilijk om met elkaar en met andere culturen om te gaan; maar ook in ons eigen leven zien we onze waarheden bij onszelf veranderen of op gespannen voet met elkaar staan. Dat alles zou ons wat voorzichtiger moeten maken in onze aanspraak op het bezit van de waarheid.
|
 |
|
Die onzekerheid of onduidelijkheid over wat waarheid is en wat niet, terwijl we juist zoveel behoefte hebben aan richting gevende zekerheden, leidt enerzijds tot een relativerende ontkenning van alle waarheden; anderzijds zien we een sterke neiging tot vereenzijdiging en/of verabsolutering van waarheden.
|
 |
| 3.5.2: De waarde van relatieve waarheid |
De vraag is dus wat de waarde van waarheid is. Met het begrip waarheid geven wij aan dat wij besef hebben dat een gevoel of eigenschap voor ons van waarde is; deze hebben betekenis voor ons en geven daarmee in meer of mindere mate zin aan ons leven en verrijken ons. Wanneer wij besef krijgen van de waarde van dit "iets" (Liefde, lijden, de dood, mededogen, respect, zelf-beheersing, moed, geduld, standvastigheid en zo voorts), wanneer wij dus de waarde ervan vertalen naar de betekenis ervan in óns leven, dan is dit ónze waarheid. Omdat iedereen op een unieke wijze gevoelens ervaart en eigenschappen bezit, heeft iedereen zijn eigen, persoonlijke mix van waarheid, waarmee hij richting kan geven aan het leven zoals híj dat beleeft. Zo bekeken is het erg mooi dat ieder tot zijn eigen waarheid kan komen. Het absolute karakter van de waarheid verdwijnt echter, doordat waarheden persoonsgebonden zijn, waardoor het begrip waarheid aan glans verliest en waarheden als erg betrekkelijk opgevat kunnen worden.
|
 |
| 3.5.3: Absolute waarheid |
|
Toch hebben alle relatieve waarheden door de eeuwen heen een gemeenschappelijke, absolute noemer. Die noemer is enerzijds de ontdekking dat waarden en waarheden in ieders leven deel uitmaken van een proces dat bewustzijnsgroei heet. Anderzijds het gegeven dat in de ontdekking van deze waarden wij steeds dichter komen bij onze essentie, onze ziel. Deze twee invalshoeken vormen het absolute aspect van waarheid.
|
 |
| 3.5.4: De waarde van absolute waarheid |
|
Het besef hebben en de beleving van deze absolute waarheid geeft ons extra kracht om het proces van waarden of waarhedenontdekking aan te gaan, door te gaan en vol te houden. Dat is de waarde van deze absolute waarheid, die daarmee de processen van bewustzijnsgroei tot een samenhangend geheel smeed.
|
 |
| 3.5.5: Leven vanuit relatieve én absolute waarheid |
|
Het weet hebben van dat wij in een proces van bewustzijnsgroei zitten en wat de aard van dit proces is (Absolute waarheid), het zoeken naar en weet hebben van wat een weg van en naar de ziel is en wat niet (Relatieve waarheid), op deze wijze zo goed mogelijk leven vanuit de beleving van onze essentie, onze ziel, dat is het staan in waarheid.
|
 |
| 3.5.6: De waarde van relatieve en absolute waarheid als levenskaart en kompas |
|
Onze relatieve waarheid is de doolhof van onze persoonlijke levenskaart die steeds andere vormen aanneemt en waar wij slechts uit kunnen komen door het weet hebben van de aard van het proces dat bewustzijnsgroei heet en waar dit proces ons heen leidt. Deze kennis is onze absolute waarheid die als het kompas fungeert waarmee wij uit onze doolhof kunnen komen: er is licht aan het einde van de tunnel.
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 3| |
 |
 |
| 3.6: De hoogste waarde: de liefde |
|
Er zijn vele waarden in ons leven, maar we gaan hier slechts in op de kwaliteit liefde die aan alle andere kwaliteiten ten grondslag ligt.
|
 |
Liefde is de kennis en de beleving vanuit objectief bewustzijn, vanuit direkt weten dus, in geborgenheid verbonden te zijn met alles en iedereen. Liefde is eenheidsbewustzijn! (Meer hierover in de Bijlage "Liefde").
Vanuit liefde weten we dat voor alles en iedereen in het universum ergens een passend plekje bestaat. We hoeven alleen maar het plekje te vinden dat bij ons past, en dan past het universum op ons op de wijze zoals passend is.
Wanneer wij het universum, de ander en ons zelf op deze wijze gaan ervaren en beleven, dan komt ons basisvertrouwen tot ontwikkeling.
Liefde als vorm van geborgenheid voor onszelf en naar de ander toe, vanuit de eigenheid van onszelf en de ander, is de vorm van liefde die voor de meesten van ons het meest gemakkelijk te ervaren en beleven is. Andere vormen van liefde worden besproken in de Bijlage Negen facetten van Liefde.
|
 |
| Wanneer wij liefde zo kunnen ervaren en beleven, dan zijn wij niet meer gefixeerd op onze Persoonlijkheid, maar dan openbaart het Goddelijke zich als individuele manifestatie via en in ons. |
 |
| 3.6.1: Manifestaties van de liefde |
|
Een bevrijde, liefde ademende ziel vertegenwoordigt de allerhoogste waarde, hetgeen blijkt uit wat in ons allemaal naar boven komt wanneer de liefde via de ziel haar werk kan doen. De liefde maakt zich in een oneindige reeks waarden kenbaar, zij manifesteert zich in de vorm van werkelijk álles wat immateriële waarde voor ons heeft.
|
 |
|
Om een kleine greep te doen:
|
 |
|
Zij
|
 |
| - is geduldig |
- is ingetogen |
| - is vriendelijk |
- is zachtmoedig |
| - is goed |
- is creatief |
| - is zichzelf |
- is ook liefde voor jezelf |
| - geeft graag |
- is beschermend |
| - is bescheiden |
- is trouw |
| - verheugt zich in de ander en het andere |
- respecteert |
| - is blij: met de waarheid enz. |
- heeft vertrouwen |
| - houdt van schoonheid |
- houdt stand |
| - is verdraagzaam |
- is vredig |
| - ziet het beste in een mens |
- is lankmoedig |
| - haalt het beste in een mens naar boven |
- is streng |
| - kenmerkt zich door gelijkmoedigheid |
- is volhardend |
| - stelt geen voorwaarden |
- is integer |
| - is sterk |
- werkt bevrijdend |
| - is mededogend |
|
 |
| 3.6.2: De Liefde verlost |
Op uitgespreide wieken zoekt de Liefde de dorre plaatsen in het mensenhart op, de braakliggende gronden van het leven, en als bij toverslag verlost zij met haar aanraking de mens en verandert zij de wereld voor wie zich voor haar openstelt. De liefde werkt dus verlossend; zij bevrijdt ons van onze fixatie op onze persoonlijkheid.
Kortom: Liefde is de adem van de ziel, die onze Persoonlijkheid ontdooit.
Wanneer wij vanuit onze ziel liefde ademen, dan leiden wij iemand én onszelf zacht en liefdevol gedurende een stuk van zijn levensweg naar zijn ziel terug of nog dieper de ziel binnen.
|
 |
| | Omhoog | |
|
|
|
 |
| 4. BEWUSTZIJNSGROEI ALS PROCES: DE WEG MET HART |
 |
|
Onze bewustzijnsgroei voltrekt zich enerzijds als een proces van bewustzijns-ontwikkeling, dat in wezen een proces van loslaten van de fixatie van onze aandacht op onze bibliotheek en onze persoonlijkheid is. Anderzijds en gelijktijdig vindt een proces van bewustzijns-vorming plaats, een proces waarbij onze geestelijke krachten versterkt en ons geestelijk instrumentarium uitgebreid worden. Zonder deze krachten en dit instrumentarium zijn wij niet in staat het proces van bewustzijns-ontwikkeling aan te gaan, zijn wij niet in staat ons los te maken van de fixaties van onze aandacht. Beide processen vinden gelijktijdig plaats en beïnvloeden elkaar wederzijds, hetgeen, wanneer alles goed verloopt, uiteindelijk colmineert in een toename van ons basisvertrouwen.
|
 |
|
Deze twee bewustzijnsgroeiprocessen krijgen gestalte door middel van het ont-wikkelen van onze talenten en vaardigheden, waarbij wij aldus tot zelf-ontplooiing komen. Bij deze zelf-ontplooing is altijd sprake van een ont-moeting van de ander en van je zelf (Zie hoofdstuk 5) waarbij de vragen naar waarden en waarheden aan de orde komen. Door onze waarden en waarheden vanuit zinvol ofwel bezield bezig zijn te ontwikkelen, betreden wij het pad van bewustzijnsgroei.
|
 |
|
Wanneer wij op het pad van bewustzijnsgroei het voor ons meest optimale spoor vinden, dan volgen wij een weg met hart.
|
 |
 |
| 4.1: Bewustzijns-ontwikkeling en bewustzijns-vorming |
|
Om tot bewustzijn te komen doorlopen we twee, elkaar aanvullende en stimulerende processen: bewustzijns-ontwikkeling en bewustzijns-vorming.
|
 |
|
Bewustzijns-ontwikkeling is het krijgen of vinden van steeds ruimere en diepere inzichten en beleving met betrekking tot de vraag met welke talenten en op welke wijze wij bezield en zingevend in het leven staan of kunnen staan. Hoe kunnen wij, anders gezegd, met onze talenten ons leven zinvol en bezield inrichten, zo tegemoetkomend aan onze hunkering om ruim baan aan onze ziel, onze essentie, te geven. Bewustzijns-ontwikkeling is dan ook niets anders dan inzicht krijgen in en werken aan onze opgave om de fixaties van onze aandacht op onze bibliotheek en onze persoonlijkheid los te laten, zodat wij de zelf gecreëerde scheiding van onze ziel, onze essentie, opheffen en de essentiële kwaliteiten van onze ziel weer naar boven komen, zich uitend via talenten die bezield en zinvol ingezet worden. De fixaties lossen op, diepere wijsheden ontstaan over hoe onze talenten zinvol en bezield in te zetten.
|
 |
Bewustzijns-vorming is de ontwikkeling van onze geestelijke kracht in de vorm van een geestelijk instrumentarium zonder welke wij niet de kracht hebben om ons los te maken van de fixaties op onze bibliotheek en onze persoonlijkheid. Dit instrumentarium geeft ons de kracht, gekenmerkt door verschillende vormen van standvastigheid, om het pad van bewustzijnsont-wikkeling in te slaan en te volgen. Het instrumentarium bestaat uit waarden als zelfbeheersing, gelijkmoedigheid, doorzettingsvermogen, moed, geduld, wil en zo voorts. Elk instrument speelt een andere rol bij bewustzijnsontwikkeling, maar ze hebben alle als gemeenschappelijk kenmerk dat zij ons standvastig (Vastberaden en doelbewust) maken in het richten van onze aandacht, zodat onze aandacht niet meer met ons op de loop gaat en gefixeerd raakt, maar wij weer heer en meester worden over hoe, waaraan, hoelang, hoe scherp en zo voorts wij onze aandacht willen richten en gebruiken. Wij kunnen onze aandacht echter alléén op deze wijze, op niet gefixeerde wijze, gebruiken, wanneer wij ons steeds laten leiden door de vraag in hoeverre het gebruik van onze aandacht tegemoet komt aan onze hunkering de scheiding van onze ziel, van onze essentie op te heffen. Zouden wij deze vraag niet steeds stellen, dan verworden eigenschappen als moed, wil, geduld, zelfbeheersing en andere vormen van standvastigheid tot nieuwe fixaties die ons dan juist des te erger fixeren op onze bibliotheek en onze persoonlijkheid.
|
 |
Wanneer wij vanuit het vorm willen geven aan onze hunkering naar de hereniging met onze ziel onze aandacht standvastig gebruiken, dan krijgen wij een nieuwe energievorm tot onze beschikking. Deze energie komt voort uit onze essentie, vormt een weldadige, welhaast onuitputtelijke bron van gestadige kracht en voelt aan als rustig, bevrijdend, vervullend, verrijkend en diep ontspannend.
Wanneer wij onze aandacht op gefixeerde wijze standvastig gebruiken, dan brengen wij energie in stelling vanuit het spanningsveld voortvloeiend uit de fixatie op onze Persoonlijkheid. Ook de hieruit voortvloeiende energie zet ons in beweging, is een vorm van Wil dus. Maar déze vorm van wil voelt onrustig en als dwangmatig moeten aan. Het is een energievorm waarvoor we steeds weer opnieuw moeten aanzetten en die ons én anderen op den duur vermoeit en uitput.
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 4 | |
 |
 |
| 4.2: De rol van ont-plooiing van onze talenten |
|
Bewustzijnsgroei is een abstracte term die concreet wordt op het moment dat wij bij onze geboorte de als arena ervaren wereld betreden. Linksom of rechtsom moeten wij er ons in zien te handhaven en ontwikkelen daartoe onze talenten, een proces dat zelf-ontplooiing genoemd wordt.
|
 |
De ont-wikkeling van onze talenten kan alleen in samenwerking met onze medemens plaats vinden, in de ontmoeting dus. In deze ontmoeting raken wij elkaar in onze fixaties of in onze essentie, zodat de ontmoeting altijd een moment van bewustzijnsgroei is.
De ont-wikkeling van onze talenten is daarmee dan ook het aangrijppunt voor bewustzijnsgroei. |
 |
| Wanneer wij ons hechten aan materiële waarden, dan hoeft dat onze bewustzijnsgroei niet persé in de weg te staan; materiele waarden vormen immers de afspiegeling van de behoefte van ons lichaam aan veiligheid, onderdak, warmte en zo voorts. Wanneer wij ons echter gaan identificeren met "onze" materiële waarden, dan fixeren wij er onze aandacht op en komen tot bewustzijnsvernauwing. Dit bemoeilijkt het proces van bewustzijnsgroei enorm. Immateriële waarden als vreugde, geluk, respect, vriendelijkheid en zo voorts staan in het algemeen beter aangeschreven. Ook hier geldt echter wij dat wij het gevaar lopen ze niet vanuit liefde te beleven en gebruiken. We identificeren er ons dan mee door er met onze aandacht op gefixeerd te raken en gebruiken deze waarden dan te pas en onpas. We ontwikkelen ons dan tot meer of minder irritante typetjes die zich via onze Persoonlijkheid manifesteren. Ook deze fixaties op immateriële waarden belemmeren onze bewustzijnsgroei.
|
 |
 |
| 4.3: Onze talenten als gave en opgave |
|
Bij ieder mens komt in zijn leven op een bepaald moment meer of minder duidelijk een talent of gave naar boven drijven. Dit is een sterke kant waar je zoveel mogelijk aandacht aan zou moeten geven, daar je juist met dit talent de gemeenschap zo goed mogelijk kunt dienen, zinvol bezig kunt zijn dus, en zo'n talent je door de pijn van allerlei bewustzijnsgroeiprocessen kan heentrekken.
|
 |
Bij de wijze waarop je je talent gebruikt en inzet, gaat het om de vraag hoe en in welke mate je je talent dienend inzet. Je talent ont-wikkelen is immers niet alleen een zaak van het aanleren van vaardigheden, maar ook van het antwoord vinden op de vraag hoe je je talent of gave in liefde voor de ander en de wereld tot uitdrukking kunt brengen. Je stuit bij de ontplooiing van je talent in de ont-moeting met anderen op zwakke en sterke kanten in je houding, in de wijze waarop je je levensintentie tot uitdrukking brengt en in je vermogen je talent er krachtig neer te zetten. Je wordt zo op allerlei wijzen geconfronteerd met de werking van je ziel beperkende fixaties. Altijd zijn er bij de ont-plooiing van je talenten aandachtspunten waarin je nog kunt en moet groeien om het talent zinvol tot haar recht te laten komen; al deze aandachtspunten zijn verschillende vormen van fixaties. Aldus brengt de ontplooiing van je talent je via de ont-moeting steeds weer terug naar het vraagstuk van bewustzijnsgroei. Uiteindelijk gaat het er natuurlijk om om beide processen (Zelfontplooiing en bewustzijnsgroei) zo vruchtbaar mogelijk met elkaar te laten sporen. In het bezit zijn van een talent is daarmee niet alleen een gave, maar ook een opgave!
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 4 | |
 |
 |
| 4.4: Onze talenten bezield en zinvol ontplooien: onze Roeping of Bestemming |
Een bestemming hebben wordt vaak opgevat als het stellen van een levensdoel dat uit alle macht nagestreefd wordt en waarvoor alles moet wijken. Vooral overtuigde idealisten zullen zich misschien hierin herkennen. Een bestemming hebben in je leven betekent echter veeleer een stem-geven aan wat in je ziel leeft ofwel een stem geven aan iets (Een stukje essentie) dat naar je toe-valt; het is een proces van bewustzijnsgroei naar steeds diepere kennis en beleving van de talenten die je gegeven zijn of die je meekregen hebt om betekenis te geven aan je leven en daarmee recht te doen aan de drang van je ziel. Idealen en levensdoelen kunnen in dit proces zeker een rol spelen, maar moeten geen doel op zich worden; dat zou betekenen dat wij weer met onze aandacht ergens op gefixeerd zitten. Wanneer iemand niet vanuit zijn bestemming leeft of vastgelopen is in het zoekproces naar die bestemming, dan verliest het leven in meer of mindere mate aan essentiële waarde. Onze essentie, onze ziel laat zich echter niet zo gemakkelijk gevangen zetten; via klachten over gezondheid, lichamelijk dan wel psychisch, wordt steeds opnieuw aandacht voor je bestemming gevraagd. Maar ook zonder die klachten gebeuren er alsmaar door dingen in je leven, komen er zaken op je pad, begin je aan "toevallige" activiteiten, die nieuwe openingen geven en creëren op je zoektocht naar je bestemming, een zich ontvouwend richtpunt dat je helpt je Weg met Hart te vinden.
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 4 | |
 |
 |
| 4.5: De Weg met Hart |
|
Onze levensweg kent bij het zinvol en bezield ontplooien van onze talenten vele hoofd- en zijwegen. De vraag wordt dan natuurlijk hoe je kunt herkennen welke weg het meest bij jouw bewustzijnsgroeiproces past: wat is een Weg met Hart, hoe herkennen we zo'n weg?
|
 |
|
De ene weg is niet beter dan de andere, allemaal leiden ze ergens of nergens heen. Het volgen van de weg is wat telt. Wanneer je eenmaal besloten hebt om een weg te volgen, volg deze weg dan zo standvastig mogelijk, zonder je erop te fixeren. Want fixatie van onze aandacht op een weg betekent altijd dat je je uitsluit voor tal van andere wegen.
|
 |
|
Blijf tijdens je reis attent op de signalen die je vertellen of de weg zingevend, vervullend, verrijkend of vreugdevol is. Een vreugdevolle weg versterkt je, een niet-vreugdevolle weg verzwakt je. In de vreugde geven wij op blijde wijze blijk van herkenning van de werking en aanwezigheid van de liefde. De vreugde is de liefde als blijdschap beleefd en daarmee een zeer goed criterium om te bepalen of je op de goede weg zit of niet. Het vraagt moed om een weg zonder hart te verlaten en nieuwe wegen te zoeken.
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 4 | |
 |
 |
| 4.6: De Weg met Hart verlost ons van onze fixaties |
|
De Weg met Hart is élke weg die we met liefde afleggen, élke weg waar we in meer of mindere mate vanuit onze ziel, onze essentie, voor kiezen en die aansluit bij de ontplooiing van onze talenten: de vreugde is er de tastbare beloning van. Een Weg met Hart hoeft niet noodzakelijkerwijs gemakkelijk of zonder pijn te zijn; de Weg met Hart kan zeer moeilijk zijn, maar draagt altijd vrucht in de vorm van de vreugde.
|
 |
|
Tijdens het afleggen van onze Weg met Hart lopen we tegen onze fixaties op. Als we onze Weg met Hart volgen én we lopen tegen een van onze fixaties op, dan voelen en weten we dat we een heldere keuze moeten maken. De keuze tussen leven vanuit onze ziel, onze essentie, vanuit het wezen van wat een Weg met Hart is, óf van de Weg met Hart en het contact met onze Ziel, onze essentie, afwijken en in onze fixatie blijven zitten. Hoe helderder wij onze weg bereizen, hoe meer en beter we weten dat we op de weg zitten van herstel van contact met onze ziel, onze essentie. Het contrast tussen leven vanuit onze ziel, onze essentie, vanuit liefde enerzijds en onze fixatie anderzijds zorgt ervoor dat de aard van onze fixatie zich voor ons ontvouwt en wij ons bewust kunnen losmaken van onze fixatie, waarna zij tot oplossing komt: de liefde verlost. |
 |
Naarmate wij vaker, langer en diepgaander ons leven vanuit onze ziel, onze essentie, vanuit liefde leven en onze talenten ontplooien, ontwikkelen wij sneller, gemakkelijker en diepgaander ons vermogen om onze fixaties op te sporen, er ons van los te maken en ze te laten oplossen. Wanneer wij op zoek gaan naar onze fixaties zónder ons op onze Weg met Hart te bevinden, dan zullen we onze fixaties veel moeilijker vinden, daar ze dan niet contrasteren met onze ziel, onze essentie. De fixaties blijven dan verborgen, en zijn al helemaal niet oplosbaar; totdat we een keer ontploffen of een inzinking krijgen.
Werken aan je Persoonlijkheid, groeiwerk, psychologische inzichten en zo voorts zijn wel nodig, maar hebben vooral zin in de mate waarin ze verbonden zijn met het leven vanuit je Ziel, je Essentie!
|
 |
| | Omhoog | |
|
|
|
 |
| 5. ONZE ZIEL: MANIFESTATIE VAN HET GODDELIJKE |
 |
|
Vanuit de schepping die op velerlei manieren beschreven en begrepen kan worden, ontwikkelde zich onze ziel, waarvan de aard gekenmerkt wordt door liefde, kennis en kracht, door bewust-zijn en door de bewuste drang naar bewustzijnsgroei (Intentie). Ter verwerkelijking van haar aard staan de ziel een aantal hulpmiddelen ter beschikking die met elkaar organisch samenwerken als het ziellichaam. Van dit ziellichaam maken onze bibliotheek en onze Persoonlijkheid deel uit, alsmede de Observator en het vermogen tot het richten, hechten en schenken van Aandacht. Wanneer de Observator zijn aandacht op niet gefixeerde wijze gebruikt door zich niet te identificeren met de informatie die hij binnenkrijgt, dan verkeert de Observator in een staat van objectief bewustzijn. Wanneer de Observator zijn aandacht op gefixeerde wijze gebruikt, dan verkeert hij in een staat van subjectief bewustzijn, de observator is dan in hoge mate gescheiden van zijn essentie en essentie in het algemeen, doordat hij gelooft dat hij niet meer is dan zijn bibliotheek en de door hem gecreëerde Persoonlijkheid.
|
 |
|
De fixatie op de bibliotheek en de Persoonlijkheid leidt tot lijden, in zoverre wij niet toegeven aan onze hunkering de weg terug naar onze ziel af te leggen. Pijn ontstaat op die momenten dat de observator zijn aandacht losscheurt van datgene waarop de aandacht gefixeerd was. In de ont-moeting lopen wij tegen onze fixaties op; daarom is de ont-moeting in ons leven het voertuig waarmee wij het proces van bewustzijnsgroei in gang zetten.
|
 |
 |
| 5.1: De schepping: een wonder |
|
"In het begin was het woord, en het woord was bij God, en het woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is door hem ontstaan, en buiten Hem om is er niets ontstaan. Wat ontstaan was, had leven in Hem, en het leven was het licht van de mensen. Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis kon het niet aan". (Uit het Evangelie volgens Johannes. Willibrordvertaling van het Nieuwe testament van de Katholieke Bijbel Stichting).
|
 |
|
Chopra (De Zeven spirituele successen van succes) beschrijft de schepping als volgt: "De hele schepping, alles wat er bestaat in de stoffelijke wereld, is het resultaat van het niet-manifeste dat zichzelf verandert in het manifeste. Alles wat we kunnen zien, is ontstaan uit het onbekende. Ons lichaam, het stoffelijke universum, echt alles wat we met onze zintuigen kunnen waarnemen, is de transformatie van het niet-manifeste, onbekende en onzichtbare naar het manifeste, bekende en zichtbare."
|
 |
|
Einstein, verwoord door Wolinsky (Kwantumbewustzijn): "Alles bestaat uit leegte, en vorm is verdichte leegte".
|
 |
|
Bentov verwoord door Wolinsky (Kwantumbewustzijn): "Wanneer wij ons eigen fysieke materiaal heel sterk vergroten, dan ontdekken wij dat wij grotendeels bestaan uit leegte, doortrokken van trillende velden. Dit is waar de objectieve fysieke werkelijkheid uit bestaat".
|
 |
|
De grote natuurkundige David Bohm, hier verwoord door Wolinsky (Kwantumbewustzijn), omschreef de schepping in gelijke bewoordingen: "De expliciete orde is de wereld zoals wij haar op onze kenmerkende manier waarnemen: vol voorwerpen die duidelijke verschillen en begrenzingen hebben. De impliciete orde is (…………) het kwantumniveau waarop objecten, deeltjes, mensen en emoties, subatomair gezien, gemaakt zijn van dezelfde substantie."
|
 |
|
Het niet-manifeste, de leegte of de impliciete orde kan, anders gezegd, begrepen worden als het Goddelijke dat als vorm (Ziel en materie) manifest wordt. Alle scheppingen en scheppingsprocessen zijn dus uitingen of uitingsprocessen van de alom aanwezige, niet-manifeste werkelijkheid die als Goddelijk ervaren wordt, wanneer wij in een hoge staat van bewustzijn verkeren. Of het Goddelijke ook als God begrepen moet worden, zoals de gelovigen doen, is mij onduidelijk. Respect voor beide opvattingen lijkt mij op zijn plaats!
|
 |
De niet-manifeste werkelijkheid, het Goddelijke dan wel impliciete orde genoemd, is, zou je kunnen zeggen, het oorspronkelijke materiaal waarvan de schepping gemaakt is, de bron waaruit de schepping voortvloeit: een van oorsprong willekeurige soep van trillingen.
Het niet-manifeste, het Goddelijke, de impliciete orde, is in beweging, verandert en ontwikkelt zich naar het manifeste, naar ziel en materie, de expliciete orde, toe. Het niet-manifeste in beweging naar het manifeste is het scheppingsproces als zodanig en noemen we de Geest. De Geest is de voelbare kracht die uitgaat van de oneindige stroom van onmiddellijke, samenhangende veranderingen en ontwikkelingen. Deze kracht ervaren we als de Goddelijke Wil; onze Vrije Wil bestaat uit de keus die we hebben om wel of niet met deze kracht mee te gaan.
|
 |
|
Het geschapene, het waargenomene, gemanifesteerde Goddelijke, is het universum zoals wij dat kunnen waarnemen, inclusief ons Lichaam en onze Ziel.
|
 |
|
In de leer van de rooms-katholieke kerk vinden we deze drie aspecten van de werkelijkheid (Als Bron, als Geest en als het Geschapene of het Lichaam) terug als de Vader, de Heilige Geest en de Zoon.
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 5 | |
 |
 |
| 5.2: De schepping nader bekeken |
|
Wanneer wij vaste stof ontleden in steeds kleinere deeltjes, dan blijft er van ons idee van vaste materie niet veel meer over. Uiteindelijk blijkt dat er niet zo iets is als vaste materie, maar dat alle materie bestaat uit steeds wisselende, uiterst gecompliceerd samengestelde trillingen; deze trillingen worden door ons geïnterpreteerd als zijnde "vaste stof", als materie, als onze wereld en werkelijkheid. De meeste trillingen kunnen wij echter niet waarnemen, tenzij na training van ons waarnemingsvermogen, meestal vergezeld van een langdurige periode van bewustzijnsgroei die ons moet bevrijden van de fixaties van onze aandacht, zodat wij weer vanuit ons zijn, onbevangen of ongevangen, kunnen waarnemen.
|
 |
|
Alle trillingen als geheel, de manifeste en de niet-manifeste werkelijkheid, de schepping dus, zijn (Aldus Bentov en natuurkundige en Nobelprijswinnaar Bohm) onderhevig aan een proces van in- en uitvouwen, te vergelijken met de beweging die de slinger van een klok maakt. De slinger beweegt zich de ene kant op, stopt, beweegt zich de andere kant op en stopt opnieuw waarna het proces opnieuw een aanvang neemt. Op het moment dat de slinger stopt, vouwt het universum zich in en verdwijnen energie, ruimte, massa en tijd: we zitten dan in de absolute leegte, de onderliggende orde die wij met elkaar delen en ons allen tijdloos en zonder afstand met elkaar verbindt. In de meditatie wordt het ervaren van de absolute leegte omschreven als de ruimte tussen de twee gedachten; in de yoga als de stilte tussen twee ademhalingen in. Op het moment dat de slinger zich weer in beweging zet, vouwt het universum zich weer uit en keren energie, ruimte, massa en tijd weer terug: we zitten dan weer in het universum van vormen en materie, waarvan de ziel als hoog ontwikkelde vorm eveneens deel van uit maakt.
|
 |
|
Het ervaren van de trilling van het Universum als zijnde de heen en weer gaande beweging van de slinger wordt ervaren als de Goddelijke trilling.
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 5 | |
 |
 |
| 5.3: De schepping-Van ziel naar lichaam |
|
Wanneer wij zouden kunnen zien hoe de soep van willekeurige trillingen zich ordent tot een dynamisch geheel van trillingen dat tot bewust-zijn in staat is, dan zouden wij getuige zijn van de geboorte van een ziel. Onze ziel is, anders gezegd, de individuele manifestatie van het Goddelijke, dat tot bewust-zijn komt. In de loop der tijd zijn er vele soorten zielen tot ontwikkeling gekomen; de mens is er daar één van. Vele zielen hebben zich zóver doorontwikkeld dat zij vanwege hun complexiteit en hun (geestelijke) vermogens op ons als Goddelijk of als God kunnen overkomen; vele zielen staan ons op velerlei wijze terzijde.
|
 |
Elke ziel probeert tot dieper bewust-zijn te komen; het bijzondere van de menselijke ziel is dat zij dat probeert te verwezenlijken door middel van een menselijk lichaam, waarmee de wereld van de vaste materie (De duale werkelijkheid in haar meest verdichte vorm) betreden, verkend, beleefd en bewerkt kan worden (Zie de Bijlage "Dualiteit")
De intreding in een lichaam brengt onherroepelijk in ons bewustzijn het verlies met zich mee van het weet hebben van de Goddelijke aard van onze essentie doordat onze aandacht gefixeerd raakt op onze persoonlijkheid.
Het proces terug naar het in bewust-zijn beleven van de eenheid van onze Persoonlijkheid enerzijds en onze Goddelijke essentie anderzijds is een bewustzijnsgroeiproces, waarvan onze ziel enorm veel leert. Juist het contrast tussen de wereld waarin ons lichaam zich bevindt en de wereld waarin onze ziel zich bevindt en de daaropvolgende weerstand en strijd om deze twee met elkaar te verenigen, leidt voor de ziel tot dieper bewust-zijn. Zonder dit diepere bewustzijn van beide kanten van ons bestaan zijn wij niet in staat om ziel en lichaam vloeiend met elkaar te verbinden.
|
 |
Gelet op het belang van het lichaam als voertuig om zich te kunnen manifesteren en om tot dieper bewustzijn te komen, is het lichaam een bijzonder kostbaar geschenk. Barbara Ann Brennan beschrijft in haar boeken ("Bronnen van licht" en "Licht op de aura") hoe vóór de intreding in een lichaam door de ziel samen met andere zielen een plan opgemaakt wordt; in het plan komen zoveel mogelijk aspecten die voor het leerproces om tot dieper bewust-zijn te kunnen komen, aan de orde om de kans van slagen van het leerproces zo groot mogelijk te maken. Daarbij heeft de ziel de tijd aan haar kant, want zij is, in ieder geval vergeleken met onze tijdsbeleving, onsterfelijk; indien nodig kan het leerproces door middel van een lichaam talloze malen herhaald worden. Dit leerproces wordt in het boek "Het sprookje van de dood" op ontroerende wijze als een eenvoudig levensverhaal verwoord door Marie-Claire Van der Bruggen (Een uitgave van Eoscentra).
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 5 | |
 |
 |
| 5.4.1: Aard van de ziel: Liefde, kennis en kracht |
|
In haar kwaliteit van kennis openbaart onze ziel zich als direct weten, intuïtie, inzicht en creativiteit die hun neerslag vinden in de ont-wikkeling van talenten en unieke gaven, die wij verwerkelijken met behulp van onze persoonlijkheid.
|
 |
|
Onze ziel laat zich echter vooral kennen als de onmiddellijke en betekenisvolle samenhang waarin alles, inclusief wijzelf, zich met alles en iedereen bevindt; zij wordt beleefd als een alomtegenwoordige borgende liefde, de schoot van het universum waarin wij nog steeds verkeren en die wij in ons als ziel meedragen. Deze liefde maakt zich kenbaar in het verlangen of de hunkering naar waarden als blijdschap, vreugde, tederheid, vriendelijkheid, schoonheid, compassie, intimiteit, spiritualiteit en nog vele andere uitingsvormen van de liefde. De beleving van deze waarden en verlangens, het streven ernaar en de verwerkelijking ervan, wordt ervaren als zingevend en brengt ons in rechtstreeks contact met onze ziel, met de liefde. Gevoelens van zingevend bezig zijn laten zich herkennen als gevoelens van vervulling en verrijking.
|
 |
|
Om het verlangen naar liefde, in welke vorm dan ook, in het aardse leven te kunnen vervullen, ontwikkelt de ziel instrumenten als geduld, zelf-beheersing, doorzettingsvermogen, integriteit, in je eigen ruimte kunnen zitten, moed en andere waardevolle eigenschappen, in vroeger tijden bekend staand als deugden. Deze gereedschapskist, functionerend als de kracht die ons helpt bij onze bewustzijnsgroei, is een derde kant van de ziel en staat bekend als de Geest. Als je De Geest krijgt, geestdriftig wordt of begeesterd raakt, voel je jezelf vol stromen met de kracht of sta je in de kracht die je nodig hebt om stappen te zetten om een stukje bewustzijnsgroei te verwezenlijken, waarna je vervolgens de taak die je voor je ziet, aankunt en aan durft. Iedereen kan op elk moment in zekere zin de Geest krijgen, maar wanneer je je leven leeft vanuit geloof in of weet hebben van de liefde, dan kan de Geest zich gemakkelijker, met meer intensiteit en vaker manifesteren.
|
 |
|
Onze ziel is dus de poort naar ons weten, fungeert in de vorm van de Geest als de sluis voor onze kracht en verbindt ons met alles en iedereen in de vorm van liefde. In het Christelijk geloof kunnen we deze trilogie eveneens vinden. Het Geloof staat voor weten, de Hoop vertegenwoordigt de kracht van de geest en de liefde is hetzelfde.
|
 |
| 5.4.2: Aard van de ziel: Bewust-zijn |
Bewust-zijn is het vermogen van onze ziel tot enerzijds gewaar zijn, anderzijds het tot directe kennis kunnen komen van het waargenomene. Met gewaar zijn wordt niet alleen de werkelijkheid bedoeld zoals wij die gewend zijn waar te nemen met behulp van de klassieke zintuigen van ons lichaam. Gewaar zijn omvat tevens de waarneming van de aan deze zintuiglijke wereld ten grondslag liggende impliciete werkelijkheid, die voor ons waarneembaar is door het voelen of zien van aura's, chakra's, de lijnen van de wereld en andere directe uitingsvormen.
Met directe kennis wordt direct en zuiver weten bedoeld. De kennis die wij als normaal beschouwen, is hier slechts een indirecte, onvolledige en door onze persoonlijkheid ingekleurde versie van. Directe kennis is direct weet hebben van de innerlijke en uiterlijke samenhang van de impliciete en expliciete orde, zien dus hoe alles vanuit zijn eigen innerlijke gesteldheid samenhangt met alles.
|
 |
|
Wanneer wij de im- en expliciete orde waarnemen zoals hij is, dan spreken we van objectief bewust-zijn. Van subjectief bewustzijn is sprake wanneer onze waarneming en kennis in meer of mindere mate beperkt en ingekleurd wordt door de fixatie van onze aandacht op onze persoonlijkheid.
|
 |
| 5.4.3: Aard van de ziel-Intentie of de bewuste drang naar bewust-zijn |
|
Intentie, drang naar bewustzijnsgroei, is de hefboom die de toegang tot onze ziel mogelijk maakt. In ons bewustzijn vertoont deze intentie zich op kennisniveau als de vraag naar de zin van het leven; in emotioneel opzicht uit zij zich in ons bewustzijn als hunkering om zinvol bezig te zijn door vanuit liefde te leven. Je zou de drang naar bewustzijnsgroei ook kunnen omschrijven als de kracht, de werking van de Geest die ons naar het bewust-zijn van liefde voortdrijft.
|
 |
|
Zonder Intentie, zonder de als drang gevoelde kracht van de Geest, kan het proces van bewustzijnsgroei niet in gang gezet en aan de praat gehouden worden. Met nóg andere woorden zou je Intentie dus ook kunnen omschrijven als de impuls in onze ziel, de Goddelijke Vonk in onze ziel die het verwezenlijking- en verwerkelijkingproces van onze ziel, het innerlijk vuur van onze geestdrift, aan de gang brengt en houdt.
|
 |
Het bewust-zijn van onze drang naar bewust-zijn, tot uitdrukking komend in het hebben van een levensintentie, is geen vanzelfsprekendheid en wordt ontwikkeld in ons bewustzijnsgroeiproces. Helaas verloopt het bewustzijnsgroeiproces niet altijd even soepel en rechtlijnig, zodat zich twee soorten intenties ontwikkelen, twee wijzen waarop wij de kracht van onze Geest zinnig en zinvol gebruiken.
Gaan wij met de kracht van de Geest mee, de drang naar bewust-zijn van liefde, van objectief bewust-zijn, dan volgen wij de Goddelijke Wil, hetgeen voor ons bewustzijnsgroeiproces de kortste weg is. Volgen wij de Goddelijke Wil níet, dan kiezen wij voor een omweg in ons bewustzijnsgroeiproces. De keus die wij hierin hebben, heet de Vrije Wil.
|
 |
|
Intentie is dus een keus, in eerste instantie vaak slechts een voornemen, met wat voor houding en gerichtheid wij onze energie gebruiken om het bewustzijnsgroeiproces aan te gaan; de keus hoe die kracht gebruikt en waarop gericht wordt, volgens de Goddelijke Wil of niet, ligt ergens anders: bij de Observator, ook wel de Innerlijke Waarnemer of de Getuige genoemd. Deze komt verderop aan bod als een van de delen van het ziellichaam.
|
 |
Zonder Intentie, zonder die houding en gerichtheid waarmee wij onze energie gebruiken, is niets mogelijk en staat de wereld stil; wanneer onze Intentie op volle toeren werkt, zijn we in aktie; wonderen zijn mogelijk, wanneer onze Intentie volledig op de Goddelijke Wil is afgestemd. Gelet op het belang van Intentie is het vreemd dat er in het algemeen zo weinig aandacht aan besteed wordt!
U komt tot een zo goed mogelijke Intentie, u kanaliseert en veruiterlijkt uw drang naar bewustzijnsgroei optimaal, wanneer
u de Geest zijn werk laat doen via de eigenheid van uw ziel, de Goddelijke Wil volgt dus; dan verdiept uw bewustzijn zich, geeft u zich over aan uw drang naar bewustzijnsgroei en komt uw Intentie vervolgens tot uitdrukking als uw levensplan!
|
 |
| Het Boeddhisme benadrukt de betekenis van Intentie door middel van het aanraden van het volgen van het Achtvoudige Pad:
|
| De Juiste Mening |
| De Juiste Gedachte |
| Het Juiste Woord |
| De Juiste Daad |
| Het Juiste Leven |
| Het Juiste Streven |
| De Juiste Bezinning |
| De Juiste Meditatie |
| Wat Juist is, is volstrekt onduidelijk; iedereen moet hierin zijn eigen weg zoeken. Het voornemen om te zoeken naar wat voor jou Juist is, is het voornemen te zoeken naar de optimale houding en gerichtheid om onze energie te gebruiken voor het proces van bewustzijnsgroei. |
 |
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 5 | |
 |
 |
| 5.5: Het ziellichaam |
|
Om als een complete ziel te kunnen functioneren hebben zich in de loop der tijd een drietal functies ontwikkeld, zonder welke de ziel niet in staat zou zijn tot bewustzijn te komen.
|
 |
| 5.5.1: Het ziellichaam: Bibliotheek en Persoonlijkheid |
|
Onze bibliotheek en onze persoonlijkheid zijn onlosmakelijk met onze ziel verbonden en maken er deel van uit. Alhoewel elke ziel gelijk is in haar verlangen vorm te geven aan de liefde en in liefde te leven, verschillen alle zielen van elkaar in de wijze en mate van vormgeving, hetgeen tot uitdrukking komt in het ontstaan van onze unieke bibliotheek en onze unieke persoonlijkheid.
|
 |
| 5.5.2: Het ziellichaam: de Observator, Waarnemer of Getuige |
|
Om tot een bezielde ontplooiing te kunnen komen, doet de ziel naar twee kanten toe waarnemingen: waarnemingen van de niet manifeste orde en van zichzelf als ziel enerzijds en waarnemingen van de manifeste orde, de werkelijkheid zoals de meesten die ervaren, anderzijds. Dit waarnemen, vervolgens interpreteren en creatief omgaan met en handelen in deze als twee verschillend beleefde werkelijkheden gebeurt door de Observator, ook wel Innerlijke Waarnemer of Getuige genoemd. De Observator vertegenwoordigt daarmee het bewust-zijn in de ziel. De Observator is, met nog andere woorden, het aspect van onze ziel waarmee de werkelijkheid, het Goddelijke, tot waarneming van zich zelf (De manifeste en de niet-manifeste werkelijkheid) kan komen.
|
 |
Wanneer de processen van de Observator vanuit een staat van zijn verlopen, dan komt de Observator tot Objectief Bewustzijn en is hij door zijn Aandacht op verschillende wijzen te gebruiken, in staat om de werkelijkheid waar te nemen op duale wijze, op niet duale wijze en op beide wijzen tegelijk.
Wanneer er níet of in mindere mate sprake is van observeren vanuit een staat van zijn, wanneer er dus in meer of mindere sprake is van fixaties van onze aandacht op bepaalde aspecten van de informatie, dán glijdt de Observator af naar een toestand van Subjectief Bewustzijn.
|
 |
|
In feite verkeert de Observator gedurende ons gehele aardse leven constant in wisselende toestanden van bewustzijn. Het grootste deel van zijn aardse tijd is de Observator echter gefixeerd op de persoonlijkheid. Door deze fixatie verkeert de Observator (Wij dus) in een dermate vernauwd, beperkt en verwrongen bewustzijn, dat de stellingname dat wij ons leven grotendeels in een illusie of met een zeer beperkt bewustzijn doorbrengen (Wolinsky: Doorbreek de illusie), héél begrijpelijk is.
|
 |
| 5.5.3: Het ziellichaam: Het richten, hechten en schenken van Aandacht |
|
Om tot waarneming te kunnen komen, maakt de Observator gebruik van Aandacht.
|
 |
|
Aandacht is het vermogen van de Observator, ons bewustzijn, om zich te richten op en hechten aan het onderwerp van Aandacht. Na dit richten op en hechten aan van ons bewustzijn op het onderwerp komt een proces van schenken op gang, waarbij een vloeiende energiestroom, een vloeiende energie-uitwisseling plaats vindt tussen de observator en het onderwerp van aandacht en andersom.
|
 |
|
Wanneer het richten, de hechting en het schenken goed verlopen dan komt de Observator tot vereenzelviging met het onderwerp van Aandacht en komt de informatie die de Observator zoekt, als een energiestroom uit zich-zelf naar de Observator toe.
|
 |
|
De informatie die de Observator binnenkrijgt, wordt door de Observator verwerkt, waarbij de Observator betekenis geeft aan wat hij waarneemt.
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 5 | |
 |
 |
| 5.6.1: Aandacht en betekenis geven |
|
Wanneer de Observator het de moeite waard vindt om informatie vast te leggen, dan wordt energie verdicht en gemoduleerd, waardoor een deeltje ontstaat dat in de bibliotheek opgeslagen wordt. Het deeltje wordt door de Observator benoemd, geëtiketteerd, zou je kunnen zeggen, zodat de inhoud ervan daarmee gerubriceerd is en snel gevonden kan worden.
|
 |
|
Etiketjes zijn handige hulpmiddelen. Bij latere ervaringen vergelijkt de Observator nieuwe informatie met eerdere, in onze bibliotheek opgeslagen informatie.
|
 |
|
Wanneer het proces van nieuwe informatie binnenhalen en vergelijken met reeds vastgelegde informatie verloopt zonder blokkades van fixaties, dan staat de Observator zeer bewust in de werkelijkheid en komt hij in hoge mate tot objectief bewustzijn.
|
 |
| 5.6.2: Fixatie van de Aandacht-scheiding van onze essentie |
|
De veelheid van nieuwe indrukken van de voor hem nieuwe werkelijkheid maakt een goede afweging van oude en nieuwe informatie moeilijk, hetgeen leidt tot een constante innerlijke strijd om de werkelijkheid vanuit het zijn onbevangen te beleven of vanuit de bibliotheek van ervaringen.
|
 |
|
Gaandeweg verliest de Observator het vertrouwen in de werkelijkheid en raakt dus zijn basisvertrouwen kwijt. De Observator ontwikkelt de neiging om steeds meer te leunen op de in de bibliotheek opgeslagen informatie en daar zijn aandacht aan te schenken. De opgeslagen informatie, de geëtiketteerd energiedeeltjes, krijgen door de eraan geschonken aandacht, een vorm van energie, een zware lading en verdichten zich nog verder.
|
 |
|
Dit proces van verdichting bemoeilijkt het vrijelijk stromen van onze energie, waardoor uiteindelijk blokkades kunnen ontstaan. Een zo mogelijk nóg groter probleem ontstaat wanneer de lading van een deeltje zó sterk wordt, dat de aandacht van de Observator bij de vraag hoe nieuwe informatie te verwerken, automatisch naar het reeds gecreëerde informatiedeeltje toegetrokken wordt en zich eraan vasthecht zónder dat hij er zich van kan losmaken, hetgeen een Fixatie van de aandacht genoemd wordt. Wanneer de aandacht gefixeerd raakt, dan heeft de Observator zich niet alleen vereenzelvigd met de in zijn bibliotheek opgeslagen ervaring, maar heeft hij er zich tevens mee geïdentificeerd: de Observator denkt op dat moment dat hij niet meer is dan de bibliotheekervaring waarop hij gefixeerd is.
|
 |
|
Een bijzonder gevaarlijke Fixatie van de Aandacht treedt op, wanneer de Observator niet alleen gefixeerd raakt op de afzonderlijke bibliotheekervaringen maar op de bibliotheek van zijn ervaringen in zijn geheel en op zijn persoonlijkheid, waarmee het afsluitingsproces van het zijn voltooid wordt.
|
 |
Door de fixatie van de aandacht op de deeltjes van de bibliotheek en de Persoonlijkheid in het algemeen is sprake van identificatie van de Observator met de geëtiketteerde deeltjes, waardoor het besef van en het contact met de onderliggende eenheid, in essentie besloten, verloren gaat. De Observator denkt dan dat hij niet meer is dan zijn bibliotheek en Persoonlijkheid. De Observator verliest het besef dat ervaring onlosmakelijk samenhangt met ziel en essentie, kwaliteiten waarvan de Observator zich door zijn fixatie en identificatie afsluit en er niet meer bewust van is. |
 |
| De fixatie van de aandacht en de identificatie door de Observator met de bibliotheek en de persoonlijkheid, leidt aldus tot een verkleind en versmald bewustzijn, een subjectief bewustzijn. De fixatie van de aandacht waar de Observator dán mee van doen heeft, is zó sterk dat de wereld zoals de meesten onder ons die waarnemen, de manifeste orde, geheel door deze fixatie opgebouwd en in stand gehouden wordt.De fixatie van de aandacht is daarmee de lijm die ons werkelijkheidsbeeld van de manifeste orde, vertegenwoordigd in onze bibliotheek en onze Persoonlijkheid, bijeen houdt.
|
 |
|
Hoezeer wij allen slachtoffer zijn van de fixatie van onze aandacht en hoe geniepig en in het verborgen de fixatie van de aandacht de observator in zijn greep krijgt, weet Wolinsky in zijn boeken over kwantumbewustzijn heel goed duidelijk te maken.
|
 |
| 5.6.3: Fixatie van de Aandacht-lijden en pijn, vreugde en bevrijding |
|
Op enig of meerdere momenten in ons leven worden wij ons bewust van een onvervuld verlangen, een hunkering naar essentiële levenskwaliteiten als vreugde, blijdschap, vriendelijkheid, respect, spiritualiteit en al die andere essentiële kwaliteiten die in het begrip liefde en zinvol bezig zijn verborgen liggen.
|
 |
|
Deze kwaliteiten zijn voor ons bereikbaar in de mate waarin wij ons los weten te rukken van de fixatie van de aandacht op onze bibliotheek en onze persoonlijkheid. Wanneer wij vanuit commitment, vanuit de intentie tot toegewijde dienstbaarheid, het proces van bewustzijnsgroei aangaan, dan zijn wij in toenemende mate in staat ons los te maken van de fixatie van de aandacht op onze bibliotheek en onze persoonlijkheid en kunnen wij steeds creatiever en zinvoller uiting en vorm geven aan onze hunkering, aan ons zelfverwerkelijking- en zelfverwezenlijkingproces, en treedt de vreugde in ons leven binnen. Maar wanneer wij níet in staat zijn om uiting en vorm te geven aan onze hunkering, wanneer wij gedurende ons leven niet een weg met hart kunnen volgen, dan ontstaat lijden.
|
 |
Pijn wordt ervaren op de momenten wanneer we, gevolg gevend aan de roep van onze hunkering, moeite hebben de fixatie van onze aandacht los te laten; wanneer we onze gefixeerde Aandacht losmaken van het geëtiketteerde deeltje, dan scheiden we de energie van onze Aandacht van de energie die in de lading van het geëtiketteerde deeltje besloten ligt. We ervaren en voelen dit aan als een scheuring. We moeten afstand doen van een bepaalde zienswijze, houding, levenswijze, routine en zo voorts, en dat valt niet mee. De pijn wordt groter naarmate we minder inzicht hebben in wat voor proces wij verkeren. Wanneer we de processen in ons echter wél begrijpen en aanvoelen, er dus niet mee gaan vechten maar ze in ons toelaten en tot oplossing laten komen, dan verzacht dit de pijn en kunnen we het loslaten zelfs gaan ervaren als een bevrijding en in vreugde ondergaan!
|
 |
| 5.6.4: Fixatie van de Aandacht-opsporing met behulp van de Ontmoeting |
|
Wanneer u op uw bank voor u uit gaat zitten kijken en uw fixaties probeert op te sporen, dan zult u er niet veel tegen komen: misschien wel helemáál geen. Fixaties hebben de neiging zich voor te doen als onze "normale", onze eigen manier van leven, de werkelijkheid van alle dag. Als álles "normaal" is, valt de fixatie niet op. Als ons "normale" leven echter verstoord wordt, dan ontstaan er kansen de fixaties waar te nemen en, als volgende stap, er iets aan te doen. Deze "verstoringen", kansen op opsporing van fixaties dus, vinden vooral plaats tijden onze Ontmoeting met onze medemens.
|
 |
| | Terug naar inhoudsopgave hoofdstuk 5 | |
 |
 |
| 5.7: De Ont-moeting als opening voor onze ziel, onze essentie |
|
Het ontdekken en vorm geven aan waarden en zingeving in ons leven door ruimte te geven aan onze essentie, onze ziel, en door ons los te maken van de fixatie op onze bibliotheek en onze Persoonlijkheid vindt vooral plaats in de ontmoeting met de ander, in het ondervinden van de ander: een oudere, niet meer zo bekende betekenis van ontmoeten.
|
 |
|
Wanneer we de ander ondervinden, dan raakt de ander ons in onze essentie, onze ziel, én in onze fixatie. Elke keer opnieuw worden wij dan voor de keus gesteld hoe wij de ont-moeting willen gaan ondervinden.
|
 |
|
Wil de ontmoeting slagen, willen wij de ont-moeting vanuit onze essentie, onze ziel ondervinden, dan zullen we ons "moeten" moeten laten schieten, ons van ons moeten moeten ontdoen: ons "moeten" is immers niets anders dan de ander zien vanuit ons door fixaties beperkte bewustzijn. Met de opruiming van onze fixaties zetten we de stap naar een onbevangen waarneming van de ander, naar een echte ondervinding, een echt ont-moeten.
|
 |
|
In de ont-moeting met de ander houdt de ander ons echter door zijn reactie op ons ons ook een spiegel voor die ons doet vragen naar hoe en waarom anderen op een bepaalde manier wel of niet reageren op ons en die ons aldus, op een tweede manier, kennis en beleving kan opleveren ten aanzien van ons en de ander. Ook op deze wijze kunnen wij geattendeerd worden op fixaties en essentiële potentie en kan bewustzijnsgroei door het loslaten van fixaties enerzijds en openstelling voor essentie en ziel anderzijds plaatsvinden.
|
 |
|
In de ont-moeting met de ander ont-eigent de ander aldus op beide wijzen het beeld van ons zelf en geeft ons kansen op kennismaking met onze essentie, onze ziel. Wij worden van ons zelfbeeld losgeweekt, soms zelfs pijnlijk losgetrokken: een nieuwe wereld gaat dan voor ons open, de wereld van onze essentie, onze ziel.
|
 |
|
De ontmoeting met de ander als mogelijkheid tot opsporing van fixaties en ontplooiing van onze essentie, onze ziel, als onderdeel van ons proces van bewustzijnsgroei ervaren, kost tijd en moeite en heeft daarmee waarde. De waarde van deze spiegel wordt echter vaak niet beseft of toegegeven, vooral niet daar de spiegel veelal als pijnlijk confronterend met onze fixaties ervaren wordt, ook al daar de spiegel ons tevens met onze neus op ons onvermogen drukt ons over te geven aan onze essentie, onze ziel, en zo ons basisvertrouwen in ons bestaan op de proef stelt.
|
 |
|
Om deze pijn te vermijden, vermijden we waar mogelijk de ontmoeting met de ander, blijven we bij voorkeur binnen de veilige beslotenheid van bekende relaties of houden de ander in een ontmoeting zo ver mogelijk bij ons vandaan door het contact oppervlakkig te houden, door een muur om ons heen op te trekken of zelfs door de ander al of niet lijfelijk aan te vallen.
|
 |
|
Wil een Ont-moeting slagen, dan kiezen we voor ruimte voor de manifestatie van onze Essentie, onze Ziel, waarmee we ons tevens gemakkelijker los maken van onze fixaties. Essentiële eigenschappen van onze Ziel treden dan naar voren, eigenschappen als warmte, intimiteit, genegenheid, geduld, moed, creativiteit en al die andere eigenschappen die in de liefde besloten liggen.
|
 |
|
Ont-moeten is daarmee al met al een bezielende, bezielde en zinvolle bezigheid, een bijzonder vreugdevolle aangelegenheid, en vormt de basis van onze bewustzijnsgroei waarnaar wij steeds terug moeten keren.
|
 |
| | Omhoog | |
|
|
|
|
|
|
| LIEFDE: LIEFDE EN EENHEIDSBEWUSTZIJN |
 |
Wanneer we over liefde praten, dan hebben we het linksom of rechtsom om het gegeven dat wij en de wereld om ons heen, alles en iedereen, met elkaar in een werkelijk alles omvattende en doordringende, in een holistische eenheid verbonden zijn en in onderlinge afhankelijkheid verkeren.
Wanneer wij deze eenheid in onderlinge afhankelijkheid als waarnemer zien, dan verkeren wij in objectief bewustzijn; een mooier woord daarvoor is eenheidsbewustzijn. Het is de werkelijkheid zoals die is, ook al zouden er geen mensen bestaan.
Het besef en het doorvoelen van deze eenheid in onderlinge afhankelijkheid waarvan wij onlosmakelijk deel uitmaken, voelt voor ons mensen aan als een beschermende, koesterende en bemoedigende geborgenheid, hetgeen als een allesomvattende liefde beleefd wordt.
Eenheidsbewustzijn en liefde zijn voor mensen dus twee van elkaar onderscheidbare, maar niet te scheiden zaken. Het komen tot eenheidsbewustzijn en de beleving van dit eenheidsbewustzijn als liefde raakt direct aan de reden van de zin van het bestaan van de mens, waar de bijlage …………….. nader op ingaat.
|
 |
| Het bewustzijn van eenheid kent drie verschillende niveaus; we beschrijven de niveaus als elkaar opeenvolgende stappen, maar in de praktijk zult u meestal door elkaar heen lopende ervaringen van de verschillende niveaus hebben, alhoewel de ervaringen van het tweede en derde niveau véél minder vaak voorkomen, dan wel door ons meestal niet als zodanig herkend worden. |
 |
Het proces van het groeien van het eerste niveau naar het derde niveau is het proces van het groeien van subjectief bewustzijn naar objectief bewustzijn, het proces van de wereld en onszelf onvolledig en verdraaid zien naar het complete en heldere plaatje toe. Eenheidsbewustzijn omsluit de beleving van de werkelijkheid als líefde. Wanneer we in eenheidsbewustzijn verkeren, dan beseffen en beleven we tevens dat onze eigen essentie of ziel niets anders is dan de individuele, Goddelijke expressie van het buiten onszelf waargenomen Goddelijke. Het besef van de dezelfde-heid van het Goddelijke buiten ons en van onze eigen Goddelijkheid werd door Jezus omschreven met de woorden: "De Vader en Ik zijn één". |
 |
| De beleving van het bestaan als liefde vinden we op het eerste niveau terug als geluk en vreugde, op het tweede niveau als gelukzaligheid en extase en op het derde niveau als alomheid (Zie de Bijlage Vreugde). |
 |
| Wat de verschillende niveau's met elkaar verbindt, is de wijze waarop wij omgaan met het gebruik van Aandacht! |
 |
 |
| 1.1-Liefde op het eerste niveau: mentaal bewustzijn |
 |
Op het eerste niveau manifesteert het eenheidsbewustzijn zich in het gericht, gefixeerd zijn van onze aandacht op onze gedachten, ideeën, gevoelens, strevingen en zo voorts en op het waarnemen van de wereld als een wereld van vaste vormen, de zogeheten materiële wereld.
We dénken dat we onze gedachten, gevoelens, ideeën, strevingen en zo voorts zijn, we dénken dat de wereld uit vaste, van elkaar gescheiden vormen bestaat en we dénken wij als mens allemaal van elkaar gescheiden zijn, met name als vaste vorm zijnde.
Ons bewustzijn is daarmee een mentáál bewustzijn, dat op haar plaats gehouden en beperkt wordt, gefixeerd dus, doordat onze aandacht op onze mentale activiteiten gericht en gefixeerd is en wij ons niet van deze fixatie kunnen losmaken.
|
 |
Wanneer wij de informatie van de innerlijke en uiterlijke wereld tot een samenhangend (Zinnig) en zinvol geheel weten te smeden, dan komen wij tot een waardevol leven, hebben hier besef van en nemen ons mentaal bewustzijn in eigendom. Op mentaal niveau zetten wij zo de eerste stap naar (zelf)liefde, waarvan immers een hoofdkenmerk is dat zij in alles de intrinsieke waarde in haar onderliggende samenhang herkent.
In het Enneagram wordt de weg naar een zinnig en zinvol leven, de weg naar het in bezit nemen van ons mentaal bewustzijn, beschreven als het steeds losser worden, door negen fasen heen, van de fixatie op onze Persoonlijkheid.
|
 |
|
We doen een kleine greep in de manifestaties van de liefde op het eerste niveau, waarbij we ons beperken tot een kleine greep uit de schatkist van verrijkende gevoelens, maar het is belangrijk om op te merken, dat onderstaand lijstje slechts een kleíne greep is; je zou de lijst tot in het oneindige kunnen uitbreiden!
|
 |
|
De liefde, zich vanuit onze essentie en ziel uitend als gevoelens:
|
| Is geduldig |
Is vriendelijk |
| Is goed |
Is zichzelf |
| Geeft graag |
Is bescheiden |
| Verheugt zich in de ander en het andere |
Is blij: met de waarheid e.d. |
| Houdt van schoonheid |
Is verdraagzaam |
| Ziet het beste in de mens |
Haalt het beste in een mens naar boven |
| Is streng |
Stelt geen voorwaarden |
| Is sterk |
Is ingetogen |
| Is intelligent |
Is eeuwig |
| Is zachtmoedig |
Is creatief |
| Is ook liefde voor jezelf |
Is beschermend |
| Is nooit teleurgesteld |
Is trouw |
| Respecteert |
Heeft vertrouwen |
| Houdt stand |
Is vredig |
| Is lankmoedig |
Veroordeelt niet |
| Kenmerkt zich door gelijkmoedigheid |
Is volhardend |
| Is integer |
Werkt bevrijdend |
| Is mededogend |
Is intiem |
|
 |
Wat aan de opsomming opvalt, is dat al deze gevoelens in feite een onuitputtelijke opsomming van deelomschrijvingen van God, het Goddelijke of het Zijn weergeven.
Wanneer wij op het eerste niveau in liefde verkeren of liefde waarnemen, zeggen wij eigenlijk niets anders dat wij voelen dat God of het Goddelijke in ons, de ander of de werkelijkheid werkzaam is: en dat voelt hemels aan!
Op het eerste niveau ervaren liefde dus Dit ervaren wij als het eindeloos proces en processie van meer of minder essentiële gevoelens (Zie ook de Bijlage "Gevoelens-Duiding van gevoelens"), strevingen en zo voorts.
|
 |
|
Op het eerste niveau kunnen wij onze mentale wereld binnenste buiten keren, zodat het proces en de processie van gevoelens (En gedachten en zo voorts) geen geheimen meer voor ons hebben; waar innerlijke tegenstellingen zijn, lossen we die waar mogelijk op. Tegelijkertijd proberen we de ons eigen weg in het leven te vinden, waarmee we, al met al en uiteindelijk tot een zinnige en zinvolle invulling van onze zich ontplooiende talenten kunnen komen.
|
 |
Een gezond mentaal bewustzijn is om verschillende redenen belangrijk en aantrekkelijk.
Niet alleen hebben we het allemaal beter "op een rijtje" en voelen ons daardoor meer ontspannen en rustig, maar we leven ook meer vanuit onze essentie, onze unieke, intrinsieke waarde. We worden daarvoor beloond met diepe gevoelens van geestelijke rijkdom en van vervulling en zijn van daaruit in staat de wereld en de ander vanuit dit perspectief tegemoet te treden, ermee om te gaan en te verrijken: we leven in hoge mate vanuit liefde en zelfliefde. Ondanks alle ups en downs zullen we ons grosso modo gelukkig en van vreugde vervuld voelen en ook vele andere vruchten van de liefde plukken.
We voelen tot in onze botten dat het leven rijk is, dat het de moeite waard is om geleefd te worden én dat we in staat zijn het leven te "pakken". Als we zover zijn, dan zijn we van een groot aantal fixaties op onze Persoonlijkheid verlost, zij het niet van de belangrijkste, de fixatie op de Persoonlijkheid zelf, en leven we ons leven vanuit een veel groter basisvertrouwen.
|
 |
 |
| 1.2-Liefde op het tweede niveau: energetisch bewustzijn |
 |
Wanneer we op een gezonde wijze leven vanuit ons mentaal bewustzijn, dan heeft dit (on)bedoeld tot gevolg dat onze mentale onrust afneemt, waardoor onze essentie, die van anderen en van de wereld steeds gemakkelijker door ons waargenomen of gevoeld (Ook een manier van waarnemen) kan worden, zeker wanneer ook nog eens yoga, meditatie en andere het mentaal bewustzijn kalmerende en tot stilte brengende methoden hun intrede in ons leven doen.
Geheel nieuwe werelden openbaren zich nu aan ons.
|
 |
In onze door rust, stilte en ontspanning geschapen innerlijke ruimte verrijst de Observator of Getuige. Hij was er altijd al, maar nu worden we ons van zijn bestaan bewust. Met diens komst doen we de schokkende ontdekking dat we méér zijn dan onze gedachten- en gevoelswereld, dan ons mentaal bewustzijn; in ons schuilt een wezen, als deel van onze ziel of essentie, dat mits wij haar de vrijheid laten, observeert en aanstuurt.
Dit observeren en aansturen gebeurt door middel van onze aandacht. Door het observeren van hoe wij onze aandacht gebruiken en wat de effecten daarvan op ons en onze omgeving zijn, zien wij eveneens voor het eerst duidelijk dat wij méér zijn dan een biochemisch samenstelsel van reacties, daar het gebruik van aandacht daar niets mee van doen heeft: aandacht is een veel hogere, subtielere energievorm.
|
 |
|
We merken, een derde ontdekking, dat de Observator vaak niet de baas is over zijn aandacht doordat de aandacht vooral gefixeerd is op het mentaal bewustzijn dat geringeloord wordt door de fixatie op onze Persoonlijkheid.
|
 |
We gaan een periode in van opruiming van de aan de fixatie op de Persoonlijkheid ten grondslag liggende angsten, hetgeen met depressies, paniekaanvallen en zo voorts gedurende een bepaalde periode gepaard kan gaan.
Na deze periode heeft de Observator zijn aandacht in belangrijke mate losgemaakt van de fixatie op de Persoonlijkheid en een belangrijke stap gezet bij het weer in eigendom nemen van het gebruik van zijn aandacht, alhoewel het voorkomen van terugvallen in allerlei vormen van fixaties en het op steeds diepere niveau ontdekken van fixaties nog steeds een punt van aandacht is.
|
 |
Door het opruimen van onze belangrijkste fixatie, die van de basisangst van onze Persoonlijkheid, gaat onze energie vrijelijker stromen, sluiten wij gemakkelijker aan op de energieën van buiten en beschikken, al met al, over méér energie. Dit krachtiger en omvattender stromen van onze energie, ondersteund door het mentaal bewustzijn kalmerende oefeningen, maakt het de Observator mogelijk zich bewuster te worden van de meer verfijnde mogelijkheden tot waarnemen en voelen met behulp van zijn aandacht, hetgeen wederom tot een reeks ontdekkingen leidt.
De Observator ontdekt dat er sprake is bij levende wezens van een energielichaam, bestaande uit onze aura, chacra's, energiebanen, energiereservoirs, ziel en wat dies meer zij. We zien of voelen dit allemaal alsmede de energielijnen van de wereld. Op basis van onze hogere gevoeligheid kunnen vermogens als helderziendheid, helderhorenheid, toekomst kijken en zo voorts tot ontwikkeling komen. Maar ook verschijnselen als tijdsvertraging, tijdsstilstand, uittredingen, contact met overledenen en nog veel meer zijn mogelijk.
|
 |
|
Wat wij in feite uiteindelijk ontdekken is dat de gehele werkelijkheid, inclusief ons lichaam en geest, energetisch van aard is, dat wij in deze energie onlosmakelijk met elkaar en de werkelijkheid als geheel verbonden zijn, en dat bewustzijn niets anders is dan de energieën kunnen waarnemen, het bewust zijn van dit gegeven in eigendom nemen en het kunnen werken met energieën vanuit niet-gefixeerde aandacht.
Door het verfijnder en helderder waarnemingsvermogen van de werkelijkheid en ons zelf als een energetische entiteit verdiept ons bewust-zijn van onszelf en van de ander zich. Wij hoeven onszelf en de ander niet meer indirect waar te nemen en te interpreteren, maar krijgen directe kennis over hoe wij en de ander in elkaar zitten én we zien dat wij en de ander in essentie hetzelfde zijn (Energetisch bewustzijn) en dat deze essenties met elkaar verbonden zijn. Daarmee vervagen de scheidslijnen binnen ons en tussen ons en de ander nog verder, waardoor we tot een groter eenheidsbewustzijn, tot liefde op een dieper niveau kunnen komen.
|
 |
|
Dit alles wordt mogelijk door een fundamenteel loslaten van de fixatie van de aandacht op de Persoonlijkheid.
|
 |
 |
| 1.3-Liefde op het derde niveau: eenheidsbewustzijn |
 |
Op het eerste niveau worstelen we vooral met de opruiming van onze fixaties, het scheppen van een zinnig wereldbeeld en het ruim baan geven aan onze essentie, waarmee we de grenzen van de fixatie op onze Persoonlijkheid bereiken. Ons eenheidsbewustzijn blijft echter beperkt doordat het berust op het idee van gescheidenheid van ik en de ander of de wereld en op het idee van gescheidenheid van lichaam en geest daar wij onze onderlinge verbinding als energiewezens nog niet kunnen waarnemen en evenmin dat wij als observator met onze aandacht ons lichaam energetisch aansturen± we zitten stevig in de greep van de fixatie van onze aandacht op de Persoonlijkheid!
Op het tweede niveau transformeren we de fixatie van de aandacht op onze Persoonlijkheid, maken we kennis met Aandacht en de regulator ervan, de Observator, en zijn we in staat onszelf, elkaar en de wereld als energie waar te nemen of te voelen. Daarmee zijn we in staat ons bewustzijn van eenheid aanzienlijk uit te breiden. Desalniettemin interpreteren we onze ervaringen nog steeds in termen van ik en de ander of ik en de wereld.
|
 |
Op een gegeven moment heeft de Observator zich dérmate van fixaties van de aandacht bevrijd en kunnen wij ons bewustzijn zózeer verstillen, dat het mogelijk wordt om bijzonder zuiver aan te voelen en te zien wat de Goddelijke Wil is en ons daarop, vanuit onze Vrije Wil, af te stemmen.
De Goddelijke Wil kan dan geheel vrijelijk door ons heen gaan stromen en zich volledig via onze unieke essentie openbaren. Het Goddelijke buiten ons en het Goddelijke binnen ons verenigen zich. Zoals Jezus zei: "De Vader en Ik zijn één".
|
 |
Elke scheiding tussen ons, de ander en de wereld verdwijnt, hetgeen resulteert in steeds meer zijnservaringen, vaak als mystiek beschouwd, waarmee het Goddelijke zich via onze individuele eigenheid openbaart, zich verbijzondert, en ons laat ervaren dat er geen scheiding bestaat tussen ons en de wereld of wat voor scheiding dan ook.
De eenheid die wij in de zijnservaring ervaren, laat ons tevens onze rol in het geheel van het universum zien; dát brengt ons tot het besef dat het universum niet willekeurig is, maar dat alles er een weloverwogen plaats in heeft.
Ook wíj hebben er een plaats in en hebben directe kennis daarvan. Het uit directe kennis resulterend eenheidsbewustzijn, roept een overweldigend gevoel van beschermende, koesterende en bemoedigende geborgenheid op, het gevoel van fundamentele, onvoorwaardelijke liefde.
|
 |
|
Dit is het eenheidsbewustzijn alsmede de liefde zoals we die tegenkomen in verschillende takken van het Boeddhisme, in het gnosticisme, in de christelijke mystiek en in het soefisme.
Wanneer wij dít eenheidsbewustzijn ervaren in de vorm van een zijnservaring en erin en ernaar weten te handelen, dan hebben wij onze Goddelijkheid weer in bezit genomen!
Zijnservaringen zijn net zo talrijk en uiteenlopend als het universum groot is, maar in elke zijnservaring is de eenheid van alles niet alleen herkenbaar maar ook direct doorleefbaar; dát maakt de ervaring tot een zíjnservaring.
|
 |
 |
| 2-Negen facetten van liefde en eenheidsbewustzijn |
 |
|
Er zijn vele soorten eenheidsbewustzijnservaringen, waar we echter een soort lijn in kunnen ontdekken, de lijn van het Enneagram. Almaas brengt in zijn boek (Negen facetten van Eenheid) negen facetten van liefde in kaart, negen vormen van eenheidsbewustzijnservaringen, die onderling samenhangend en elkaar doordringend één geheel vormen en niet van elkaar gescheiden, maar wél onderscheiden kunnen worden. Vanwege de onscheidbare eenheid van al deze facetten spreekt Almaas van "Negen facetten van Eenheid", maar wij spreken liever van "Negen facetten van Liefde en eenheid", want alle facetten worden door ons mensen in wezen tevens ervaren als facetten van liefde. Het niet meer waar kunnen nemen van deze negen facetten van liefde en eenheid leidt ertoe dat zich ter compensatie negen verschillende fixaties, negen verschillende persoonlijkheden ontwikkelen, zoals weergegeven in het enneagram. In het boek "De spirituele dimensie van het Enneagram" van Sandra Maitri worden de negen facetten wat begrijpelijker uitgelegd, doordat ze meteen en bijzonder uitgebreid en gedetailleerd in hun interactie met de ontwikkeling van de persoonlijkheid getoond worden. Beide boeken zijn aanbevelenswaardig.
|
 |
|
Almaas laat de negen facetten van liefde en eenheid (Heilige Ideeën noemt hij ze) in drie groepen van drie facetten uiteenvallen.
|
 |
De eerste groep van Heilige Ideeën beschrijft wat liefde in essentie is, hoe wij het Goddelijke, de werkelijkheid als geheel, waarnemen. Het is de werkelijkheid zoals die los en onafhankelijk van de mensheid bestaat. De groep omvat de ideeën van Heilige Waarheid, Heilige Liefde en Heilige Volmaaktheid.
Wanneer je jezelf ervaart als één van deze drie Heilige Ideeën, dan ervaar je jezelf als God of als Goddelijk.
De tweede groep van Heilige Ideeën laat zien hoe de werkelijkheid, de liefde, het Goddelijke zich in de mens openbaart. In de mens manifesteert zich de liefde als omschreven in de Ideeën van Heilige Alwetendheid, Heilige Wijsheid en Heilige Kracht.
De derde groep van Heilige Ideeën beschrijft de werkelijkheid vanuit de interactie van het Goddelijke en de mens. Het zijn de Ideeën van Heilige Wil, Heilige Oorsprong en Heilige Harmonie. Je kunt nog zo van wijsheid, alwetendheid of van de geest (Heilige Kracht) vervuld zijn, maar wat dóe je ermee: wat is de zin van jóuw leven, hoe sta jij in jóuw leven, hoe pak je jouw leven aan en waar vul je het mee in?
|
 |
De negen facetten van liefde zullen door een gelovige als negen verschillende onthullingen van het wezen van God ervaren worden; een niet-gelovige herkent er de gewaarwording van onze essentie in of van het Goddelijke in ons in. Wij spreken, gemakshalve, steeds van het Goddelijke.
Voor ons mensen ligt het wezenlijke van de negen facetten van liefde, van God, van het goddelijke of van eenheidsbewustzijn in het gegeven dat de liefde alom tegenwoordig is, dat wij er tot in alle vezels onlosmakelijk deel van uit maken en dat dit deel ervan uitmaken zich bij ons manifesteert als een weet hebben van geborgenheid, waarin wij ons kunnen koesteren en van waaruit wij ons veilig kunnen manifesteren.
Wanneer wij voldoende weet hebben van de borgende aard van het universum, van God, van het Goddelijke, dan worden wij tot in onze botten doortrokken van een gevoel van basisvertrouwen in de werkelijkheid.
|
 |
|
Ook wezenlijk is, dat voor het kunnen waarnemen van de negen facetten van het Goddelijke, voor het komen tot eenheidsbewustzijn ofwel objectief bewustzijn, het nodig is dat wij ons ontdoen van onze fixaties en ons vanuit de daaruit vrijkomende energie nieuwe vormen van waarnemen en handelen herontdekken.
|
 |
 |
| | Omhoog | |
|
|
|
 |
|
|
|
| LIEFDE: HET VERLIES VAN ONS EENHEIDSBEWUSTZIJN |
 |
 |
| 1-Scheiding van ons bewustzijn van Liefde, van God, van het Goddelijke, van eenheidsbewustzijn of van onze essentie of Ziel |
 |
Als de liefde, God, het Goddelijke alom aanwezig is, hoe zijn we dan in Godsnaam ons bewustzijn ervan kwijt geraakt en van het Goddelijke gescheiden?
Het proces van het verlies van het weet hebben van de eenheid van alles, van de doorleving ervan, van liefde, van het verlies van ons gevoel van veiligheid, geborgenheid, rust en ontspanning, vanuit een zinvol deel uitmaken van een allesomvattend geheel, voltrekt zich in een aantal stappen die elkaar in het proces van verlies van dit weten aanvullen, verdiepen en versterken en uiteindelijk, ter compensatie, leiden tot de solide en unieke creatie van de Persoonlijkheid, waarop de aandacht gefixeerd raakt.
De fixatie op de Persoonlijkheid leidt ertoe dat er grenzen, barrières, afscheidingen ontstaan, waarachter (onze) essentie schuil gaat. Het proces van verlies van contact met (onze) essentie is dan ook vooral het proces van het creëren van állerhande soorten van afscheidingen in ons bewust-zijn van (onze) essentie; de ontwikkeling van de fixatie op onze Persoonlijkheid is de belangrijkste afscheiding.
|
 |
| 1.1-Scheiding van ons Weten van de liefde en het ontstaan van de fixatie op de Persoonlijkheid |
 |
Het Weten dat onze ziel, onze essentie, onlosmakelijk met elkaar en het universum in Liefde verbonden is, dit doorleefde weten is bij baby's van twee tot zes maanden aanwezig in de vorm van een extatische liefde, herkenbaar als een smeltende liefdevolheid en het gevoel één te zijn met alles. Het is de leeftijdsfase waarin moeder en kind zich versmolten kunnen voelen, een gelukzalig gevoel van éénworden waarnaar wij als volwassenen kunnen terug verlangen door verliefd te worden.
Komen we goed door de versmeltingfase heen, dan blijft ons basisvertrouwen relatief goed intact.
|
 |
| Ten grondslag aan het verdwijnen van het weten dat wij allen met elkaar en met het universum in liefde verbonden zijn, ligt het verdwijnen van ons waarnemingsvermogen en weet hebben van de essentie van onszelf en de werkelijkheid. Dit teloorgaan van waarnemen en weten gaat hand in hand met de ontwikkeling van het fundament van de Persoonlijkheid en de fixatie van de aandacht op de Persoonlijkheid. Het proces van verloren gaan van dit waarnemen en weten, van het ontstaan van het fundament van de Persoonlijkheid en van de fixatie van de aandacht op de Persoonlijkheid wordt treffend beschreven door Sandra Maitri in haar boek "De spirituele dimensie van het Enneagram" (Eerste hoofdstuk). |
 |
| Het proces van teloorgaan van waarnemen en weet hebben van onze essentie kan bij sommigen vertraagd worden of zich minder diepgaand of alomvattend voltrekken, maar is in wezen het onontkoombaar lot van de mens. Waaróm dit proces onontkoombaar is, hangt direct samen met de het antwoord op de vraag waarom wij op aarde zijn: wat is de zin, het doel en het pad van een ziel. Een buitengewoon boeiende vraag waar de bijlage ……… nader op in gaat. |
 |
| De teloorgang van het waarnemen en weet hebben van essentie vindt plaats door het creëren van een grens en scheiding in ons bewustzijn, een grens en scheiding die zó alomtegenwoordig is, dat wij haar zelfs en in feite als "normaal" beschouwen en haar daardoor niet eens meer waarnemen! |
 |
De grens met en de scheiding van onze essentie en daarmee van ons eenheidsbewustzijn bestaat allereerst uit de fixatie op de onuitgesproken aanname dat wij het niet redden in deze wereld door te leven vanuit onze essentie. Wij letten dus niet op tekenen van essentie en wanneer wij haar waarnemen, dan wordt zij weggeredeneerd.
Met de aanname dat er niet zoiets als essentie bestaat, zijn we er niet, want met de uit deze aanname en uit wantrouwen in het leven voortvloeiende gevoelens van angst, gespannenheid en onrust moet iets gedaan worden. De oplossing voor het omgaan met deze angstaanjagende gevoelens wordt gevonden in de ontwikkeling van de Persoonlijkheid, hetgeen geen oplossing is, daar het fundament van de Persoonlijkheid gebouwd is op een fundamenteel wantrouwen in de werkelijkheid. Uiteindelijk blijkt dus dat de Persoonlijkheid niets kan doen aan onze fundamentele angst; de angst blijft in ons bewustzijn aanwezig als een fundamenteel gevoel van onbehagen en een constante bron van mentale onrust. Het gevoel van onbehagen en de constante "brom" van onze mentale onrust vormen een tweede grens, nóg een scheiding van onze essentie, die zich immers alleen kenbaar kan maken vanuit stilte, rust en ontspanning.
|
 |
| Deze brom is de energiestroom van de aandacht van de Observator die constant vloeit naar allerlei vormen van fixaties, daar wanhopig op zoek naar is dan wel druk bezig met de creatie van de volgende fixatie. De gerichtheid van de aandacht gaat daarbij vooral naar buiten, vooral naar binnen of zowel naar binnen als buiten. Dat de gerichtheid van de aandacht als grens, als scheiding werkt, wordt wat gemakkelijker voorstelbaar, wanneer je het gefixeerd richten van aandacht voorstelt als een constante stroom die steeds maar één kant uitgaat. Tegen de stroom inzwemmen is moeilijk; als dat je niet lukt, zul je ook nooit bij de bron van je aandacht uitkomen: essentie. Door je aandacht op een verkeerde, gefixeerde manier te gebruiken, houd je de blik van de observator afgewend van zijn essentie en wordt de grens, de scheiding gecreëerd. |
 |
| In het Enneagram komen we deze brom eveneens tegen als de belangrijkste verdedigingswijze van de Persoonlijkheid tegen het ervaren van essentie, als een grens dus die ons scheidt van het tot bewustzijn komen van essentie. |
 |
 |
| 1.2-Scheiding van onze Gevoelens en verlies van het vermogen tot intimiteit |
 |
| Ook al verliezen we het directe besef van onze eenheidsverbintenis in liefde met elkaar en het universum, het verlies van bewustzijn van onze essentie, dan nóg blijft ons bewustzijn in de vorm van onze Gevoelens met het bestaan van onze ziel, onze essentie, geconfronteerd.
Onze gevoelens wijzen ons immers de weg terug naar onze ziel, onze essentie met behulp van verrijkende, vervullende, ontspannende gewaarwordingen, óf ze wijzen ons de weg van onze ziel, onze essentie, vandáán. (Zie ook de Bijlage: "Gevoelens-Duiding van Gevoelens).
|
 |
Gevoelens worden zo het volgende slagveld in ons bewustzijn, want wat te doen met gevoelens die ons confronteren met iets wat we graag zouden willen hebben (Contact met onze essentie), maar niet denken te kunnen bereiken, of wat te doen me gevoelens die ons in aanraking brengen met onze diepste, daaruit voortvloeiende angsten?
Worden we gewaar dat we vanuit de ont-moeting geraakt worden, erkennen we dat we gevoelens hebben, durven we ons voor gevoelens open te stellen laten we onze gevoelens toe, verwelkomen we ze, begrijpen we ze. Wanneer we in deze vraagstukken, in gevoelskwesties, verzeild raken, dan zijn we bezig met Intimiteit: het je open stellen voor je eigen en andermans gevoelens.
Bij het verlies van ons eenheidsbewustzijn, leerden we een muur van onwetendheid en gespannen onrust op te bouwen tussen onze ziel, onze essentie, en de ander en het universum; zo namen we afscheid van het besef van liefde, geborgenheid, veiligheid en ontspanning. De onrust en ontevredenheid die het verlies van deze kwaliteiten met zich meebracht, leidden tot een surrogaatoplossing in de vorm van onze Persoonlijkheid. In de gevoelens die daaruit resulteren, worden wij opnieuw voor de keus gesteld welke richting we ons uit willen ontwikkelen: terug richting ziel, essentie, dan wel er vandaan, verder richting surrogaatoplossing.
|
 |
Grijpen we terug op onze oude oplossing, dan bouwen we onverdroten verder aan onze muren en ontwikkelen we een vijandige of afstandelijke houding ten opzichte van intimiteit, het je open stellen voor de bewustzijnsprocessen van jezelf en de ander. Gevoelens worden dan niet herkend, we verdringen of sublimeren ze, of we ontwikkelen negatieve, onrustige en ontevredenheid verdiepende gevoelens. Op deze en nog op vele andere wijzen zorgen we ervoor dat we niet open komen te staan voor de werking van onze ziel, onze essentie, en verklaren we de intimiteit met de ander en met onszelf de oorlog.
We kunnen intimiteit natuurlijk ook omármen, waarmee we de tegenovergestelde weg inslaan.
|
 |
 |
| 1.3-De fixatie van veroordeling en zelfveroordeling |
 |
Wanneer we ons vermogen tot intimiteit verliezen, dan ervaren we nog steeds gevoelens, maar staan er niet meer voor open. Onze gevoelswereld wordt een raadsel voor ons en we weten op en gegeven moment niet meer dat wij zélf verantwoordelijk voor onze gevoelens zijn. Omdat onze gevoelens echter, nu vanuit een voor ons verborgen punt, invloed op ons blíjven uitoefenen, gaat het zoeken naar een verklaring van onze gevoelens echter onverdroten door.
Omdat we onze gevoelens wegens het verlies van ons vermogen tot openstelling, tot intimiteit, niet meer kunnen aan- en doorvoelen, kunnen we de verklaring van onze gevoelens niet meer binnen onszelf vinden. De énigste verklaring die we kunnen vinden voor het ervaren van emoties, zowel positieve als negatieve, moet dan ook buíten ons gezocht worden. De ánder of iets anders moet ons positieve gevoelens bezorgen; de ánder of gebeurtenissen buíten ons zijn verantwoordelijk voor onze negatieve gevoelens! De ánder of de gebeurtenissen buíten ons zijn oké of niet oké, de ánder of het andere worden opgehemeld of veroordeeld, het zit ons "mee of tegen". Typische, andere vormen van het ontlopen van het verantwoordelijkheid nemen voor je eigen gevoelens zijn vaak herkenbaar als zeuren, drammen, je "recht" halen en andere vormen van ontevredenheid.
|
 |
|
Wanneer we zo bezig zijn, dan zijn we helemaal in het proces van veroordelen verzeild geraakt, als alternatief voor het ervaren van intimiteit. Daarmee verdiept de fixatie op onze Persoonlijkheid zich met een fixatie op veroordelen. De fixatie op veroordelen heeft als onderliggende fixatie dat wij geen gevoel hebben, mogen hebben of kunnen hebben, om zo het ervaren van essentie te ontlopen. Aan de fixatie op veroordelen ligt dus in feite een méér fundamentele fixatie ten grondslag, de fixatie dat essentie niet bestaat, dat er niet zoiets als een unieke, eigen essentie bestaat, en dat wij de steun voor ons bestaan niet vanuit onze essentie kunnen waarnemen en beleven, maar dat deze steun ergens buiten onszelf gevonden moet worden.
|
 |
|
Onze veroordeling of ophemeling van de ander of het andere vloeit voort uit het niet kunnen voelen, begrijpen en hanteren van een gevoel van ons zelf. Wanneer we de ander of het andere vanwege dit gevoel veroordelen, veroordelen we tevens ons zelf zonder dat wij dat overigens in de gaten hebben. Het gevoel waarvoor wij de ander of het andere verantwoordelijk houden en veroordelen, is immers ons eigen gevoel.
|
 |
Bij elke veroordeling van de ander of het andere kun je je dan ook de vraag stellen: "tegen welk gevoel en tegen welke ervaring probeer ik mij te verzetten?"
Veroordeling en zelfveroordeling houden elkaar in stand en versterken elkaar, hetgeen het gefixeerd zijn verergert.
|
 |
|
Vanuit onze fixatie van (Zelf)veroordeling kunnen wij de ander niet meer ervaren zoals hij is; de ander wordt beleefd vanuit onze fixatie. De (Zelf)veroordeling verhindert dat wij ons kunnen openen en dat de ander/het andere bij ons binnen kan komen, dat wij de ander/het andere en onszelf kunnen ervaren zoals het is/wij zijn. Het proces van veroordelen is een proces van afsluiting en scheiding, de kroon op het werk van de Persoonlijkheid wanneer die zich op haar meest ongezonde wijze manifesteert.
|
 |
(Zelf)veroordeling staat haaks op (zelf)beoordeling, dat juist wél aan het vermogen tot intimiteit ontspruit. Wie wil weten of bij hem sprake is van (zelf)veroordeling of van (zelf)beoordeling, moet weer te rade gaan bij zijn gevoel. (Zelf)veroordeling voelt hard, onrustig, gespannen, net accepterend, scheidend aan; (zelf)beoordeling voelt zacht maar toch stevig, ontspannend, rust brengend, accepterend en verbindend aan.
(Zelf)veroordeling ontspruit uiteindelijk aan een gebrek aan basisvertrouwen in ons zelf en de wereld, waardoor we de verantwoordelijkheid voor onze gevoelens niet bij ons zelf durven te zoeken, maar die liever bij een ander op het bordje leggen. Bij voldoende basisvertrouwen kunnen en willen we wél de confrontatie met ons zelf aan.
De stevigheid van de (zelf)veroordeling wordt vooral bepaald door de mate van verlies van basisvertrouwen en, ter compensatie, met hoeveel wantrouwen je in het leven staat. De wíjze waarop de (zelf)veroordeling vorm krijgt, wordt bepaald door je type persoonlijkheid.
Bij (zelf)beoordeling wordt de maatlat van je vergelijking niet bepaald door de fixatie op het wantrouwen van je persoonlijkheid, maar komt de beoordeling tot stand vanuit een ijking aan je eigen, unieke essentie; (zelf)beoordeling is dan ook een waarachtig gebeuren, dit in tegenstelling tot (zelf)veroordeling, waar ijking plaats vindt met behulp van oordelen van ánderen.
|
 |
We hoeven overigens niemand te veroordelen over zijn gebrek aan waarachtigheid, want het vermogen tot waarachtigheid wordt, zoals gezegd, in belangrijke mate bepaald door de hoeveelheid bagage aan basisvertrouwen; het vraagt namelijk veel moed en kunnen om de conclusies uit jouw waarheden te trekken en ernaar te leven.
Ook al weten we dat vaak niet eens, we liegen er állemaal flink op los!
|
 |
 |
| 1.4-De fixatie van controledwang: scheiding van onze gemoedelijkheid |
 |
Wanneer we maar lang en diep genoeg ons leven leiden vanuit wantrouwen, dan leidt dat ertoe dat we ons uiteindelijk gaan afscheiden van onze gevoelens, dat we ons vermogen tot intimiteit verliezen, zoals besproken.
Vanuit ditzelfde wantrouwen ontwikkelt zich tegelijkertijd met en in directe samenhang met de ontwikkeling van de fixatie van (zelf)veroordeling tevens de fixatie van controledwang.
|
 |
|
Déze fixatie vertelt ons vanuit ons fundamenteel wantrouwen in het leven dat we onze omgeving moeten beheersen om ervoor te zorgen dat we genoeg middelen van bestaan krijgen. Alle persoonlijkheden hebben zo hun eigen manieren van controledwang, het Enneagram geeft u daar méér inzicht in.
|
 |
|
Controledwang heeft niet alleen betrekking op dwangmatig de omgeving willen beheersen om over voldoende materiéle middelen te kunnen beschikken. Controledwang wil er óók voor zorgen dat wij niet geraakt en gekwetst worden in onze gevoelswereld, want dat wordt eveneens met wantrouwen bejegend omdat het aanvoelt alsof wij in onze visie van wat wij als ons fundament beschouwen, aangetast worden, hetgeen als zeer bedreigend ervaren wordt. Wederom heeft elke persoonlijkheid zo zijn eigen manieren om om te gaan met het geraakt worden in zijn gevoelens.
|
 |
| Waar controledwang zich richt op de omgeving spreken we van beheersing; wanneer controledwang zich richt op innerlijke processen, spreken we van zelfbeheersing. |
 |
| Controledwang is een levenshouding waarbij we niet in staat zijn de werkelijkheid, de innerlijke én de uiterlijke werkelijkheid, te accepteren zoals die is, de werkelijkheid wantrouwen, en vervolgens tot handelen overgaan om vanuit dit wantrouwen de werkelijkheid aan te gaan pakken in een poging haar te gaan (zelf)beheersen. |
 |
| Wanneer we in controledwang verzeild raken, verliezen we wederom het contact met een essentieel kenmerk; de essentie Gelijkmoedigheid verdwijnt. In de Bijlage "Gevoelens-Van (Zelf)beheersing naar gelijkmoedigheid" wordt uitgebreid ingegaan op het thema Controledwang en gelijkmoedigheid. |
 |
 |
| 1.5-De fixatie van egocentrisme: scheiding van ons mededogen en toegewijde dienstbaarheid |
 |
Het niet meer open staan voor de essentie van jezelf, van de ander en de wereld, het verlies van het vermogen tot intimiteit, leidt, zoals we zagen, tot zelfveroordeling en veroordeling. De (zelf)veroordeling is daarmee het sluitstuk waarmee we onszelf afscheiden van onszelf en de ander.
Onze controledwang leidt ertoe dat we de ander en onszelf niet kunnen ervaren vanuit onze essentie, maar alleen vanuit het idee dat wij en de ander, de wereld in het algemeen, slechts middelen, slechts gebruiksvoorwerpen, zijn om in onze "onuitputtelijke" behoeften te voorzien.
Het idee van afgescheidenheid en het idee van de wereld als gebruiksvoorwerp leidt tot een houding van egocentrisme, een fixatie waarbij de balans tussen geven en nemen tussen ons en onze omgeving en de balans in de relatie met onszelf volkomen scheefgegroeid is. De fixatie op onze houding van egocentrisme is daarmee het cement dat de fixatie op (zelf)veroordeling en op controledwang bij elkaar houdt.
|
 |
|
De fixatie op ons egocentrisme leidt ertoe dat opnieuw een aantal essentiële eigenschappen uit ons bewustzijn verdwijnen. Mededogen met toegewijde dienstbaarheid aan de ander, onszelf en de wereld, een mooie omschrijving voor de wijze waarop wij tot practisering van (zelf)liefde kunnen komen, zegt ons voortaan niets meer, terwijl het juist deze essentiële eigenschappen zijn waarmee we wél in staat zouden zijn tot een waarachtige balans met onszelf, de ander en de wereld te kunnen komen.
|
 |
|
Voor groeiwerk, de weg terug naar ons eenheidsbewustzijn, is het buitengewoon belangrijk om ervan bewust te zijn hoe de drie fixaties van (zelf)veroordeling, controledwang en egocentrisme met elkaar verbonden zijn, elkaar nodig hebben, elkaar mogelijk maken en elkaar zelfs versterken.
Groeiwerk dat erin slaagt om ons los(ser) te maken van één van deze drie fixaties, zorgt ervoor dat de fixatie op het bouwwerk van de persoonlijkheid als geheel op losse schroeven komt te staan.
|
 |
 |
| 2-De scheidingen, de ontwikkeling van onze fixaties, voltrekken zich in het proces van onze levensthema's en worden daarin uitgediept en versterkt |
 |
Hoe dieper, omvangrijker en heftiger het verlies van ons basisvertrouwen is, hoe onrustiger en gespannener wij ons ten opzichte van het leven gaan voelen, hetgeen, als verdedigingsmechanisme, aanleiding is tot de ontwikkeling van de Persoonlijkheid en de fixatie erop.
Wanneer het proces van de ontwikkeling van de Persoonlijkheid en de fixatie erop zich ten volle ontvouwt, dan verliezen wij ons waarnemingsvermogen en weet hebben van de essentie van onszelf en de werkelijkheid en ons vermogen tot het ons open stellen voor de wereld en voor ons zelf; daarvoor in de plaats creëert de Persoonlijkheid het mechanisme van scheiding en afscheiding in de vorm van veroordeling en zelfveroordeling.
|
 |
Bovengenoemde processen voltrekken zich niet zomaar ineens, maar krijgen vooral gestalte in onze peuter-, kleuter, kinder- , puber- en jeugdtijd aan de hand van een drietal levensthema's, die op ons liggen te wachten wanneer wij na circa 6 maanden de liefdevolle versmeltingfase achter ons laten.
Wanneer wij onze levensthema's goed oppakken, dan resulteert dat in minder en minder diepe fixaties op onze Persoonlijkheid; de weg terug naar ons eenheidsbewustzijn kan aldus aanzienlijk vergemakkelijkt en versneld worden. Het goed oppakken van onze levensthema's hangt nauw samen met de wijze waarop onze ouders met de processen van onze levensthema's omgaan.
|
 |
Wanneer we loskomen uit de symbiotische versmeltingfase met onze verzorger en de eerste schreden zetten op het pad van onze levensthema's, dan zetten we daarmee tevens onze eerste, als eigen ervaren stap in de wereld; we zullen nu op een of andere wijze zelfstandig met onze omgeving een verhouding moeten aangaan, op de omgeving moeten reageren dus.
We reageren op onze omgeving vanuit ons instinct, vanuit ons voelen en vanuit ons denken. Deze drie wijzen van reageren corresponderen met de drie basiscomponenten van onze hersenen: de hersenstam (Ofwel onze instinctieve hersenen), het limbisch systeem (Ofwel de emotionele hersenen) en de hersenschors (Het denkend deel van onze hersenen). Deze drie wijzen van reageren vinden we ook terug als de indeling naar buik, hart en hoofd, of als doen, voelen en denken.
|
 |
Doen, voelen en denken zijn drie verschillende, elkaar aanvullende en ondersteunende manieren om de werkelijkheid te benaderen en ermee om te gaan, waarbij we gaandeweg een bepaalde voorkeur voor een van de drie benaderingswijzen ontwikkelen. Het ontdekken en ontwikkelen van de mogelijkheden van de drie benaderingswijzen van het leven vormen onze drie levensthema's.
Welke voorkeur we ook ontwikkelen, steeds zullen we vanuit ons basiswantrouwen in de werkelijkheid het idee en gevoel ontwikkelen, dat we in meer of mindere mate onmachtig zijn om te gaan met de werkelijkheid. Met die gevoelens van onmacht gaan we echter allemaal verschillend om, afhankelijk van de mate en de wijze waarop we ons voor ons copen met de werkelijkheid georiënteerd hebben op doen, voelen of denken, de drie levensthema's.
|
 |
In het Enneagram loopt de hoofdindeling van persoonlijkheden eveneens parallel aan de wijze waarop wij omgaan met de werkelijkheid, vanuit ons doen, voelen of denken, de drie levensthema's.
Het Enneagram onderscheidt daarbij drie groepen van persoonlijkheden, de drie Triaden: de Instinctieve triade, de Harttriade en de Hoofdtriade. Met deze hoofdindeling als basis wordt vervolgens steeds gedetailleerder en verfijnder ingegaan op de verdedigingsmechanismen van de Persoonlijkheid tegen het ervaren van essentie en het opbouwen van een vals alternatief voor essentie. Wilt u méér weten over de complexe en unieke opbouw van de Persoonlijkheid, dan kunt u hiervoor tal van boeken over het Enneagram raadplegen.
|
 |
| Het eerste levensthema heeft betrekking op onze drang naar doen en op de vraag of wij onze aldus tot uitdrukking komende levensenergie mogen en kunnen uiten; het is de vraag naar het beschikkingsrecht over onze levensenergie en daarmee de vraag naar de legitimiteit van onze autonomie(4.1).
Het tweede levensthema heeft betrekking op de vraag in hoeverre wij onze eigen waarde mogen ontdekken en onze uniekheid kunnen en mogen ontwikkelen en tot uitdrukking brengen; het is de vraag naar de legitimiteit van ons zelfbeeld, dat pas vorm kan krijgen vanuit het doorvoelen van de waarde van onze auto-expressie(4.2).
De mate waarin en de wijze waarop wij een gezond of ongezond antwoord op beide vragen krijgen, bepaalt in hoeverre wij het gevoel krijgen dat wij met behulp van ons denken het leven kunnen doorgronden en aankunnen dan wel steun nodig hebben voor ons leven, in hoeverre wij autarkisch zijn. Dat is ons derde levensthema(4.3).
|
 |
 |
 |
| DE PERSOONLIJKHEID
(Hoofdindeling naar levensthema's) |
| Instinctieve Triade | Harttriade | Denk Triade |
| Hersenstam (Instinctieve hersenen) | Limbisch systeem (Emotionele hersenen) | Hersenschors (Denkend deel van de hersenen) |
| Doen | Voelen | Denken |
| Interactie gericht op omgeving (Buik) | Interactie gericht op personen (Hart) | Interactie gericht op zijn (Hoofd) |
| Levensenergie | Levensexpressie | Het bestaan als zodanig |
| Beschikking over levensenergie: autonomie | Levensenergie wordt op unieke, eigen wijze tot uitdrukking gebracht: authenticiteit | De zin van het leven kunnen zien: autarkie |
| Gezonde autonomie is herkenbaar als een gezonde levensdrang (Geestdrift): volheid, stabiliteit, vitaliteit | Gezonde authenticiteit komt tot uitdrukking in een gezond zelfbeeld (Bezield of zinvol): zelfachting, zelfwaardering, levende liefde | Gezonde autarkie komt tot uitdrukking in de vorm van een verstilde geest (Zinnig): diepe innerlijke rust, diep innerlijk weten, inzichten, begripsvermogen, kenvermogen |
| Blokkade van autonomie leidt tot onmacht die bestreden wordt met woede | Blokkade van authenticiteit leidt tot onmacht waarop gereageerd wordt met schaamte | Blokkade van autarkie leidt tot onmacht waarop gereageerd wordt met pure angst |
| De energie van de woede wordt ingezet als een drang naar macht over de omgeving en de mensen | De schaamte-energie wordt gebruikt voor het kweken van een vals zelfbeeld | De energie van de pure angst wordt een intense zoektocht naar steun van buitenaf | |
| Samenvattend: |
| De verhulling van onze onmacht, van onze daaruit voortvloeiende angsten en zelfs van onze reacties op onze angsten vindt plaats door het scheppen van grenzen. Elk persoonlijkheidstype creëert zijn eigen grens; een grens naar buiten toe, een grens naar binnen toe of een grens naar beide kanten toe. Deze grenzen belemmeren een echte ont-moeting. |
 |
 |
| 2.1-Scheiding van onze gevoelens van essentiële levensenergie (Instinctieve Triade) |
 |
Wanneer we op gezonde wijze ten volle vanuit ons instinctief centrum durven te leven, dan nemen we onze levensenergie, onze geestdrift in eigendom en ervaren we een diep gevoel van volheid, stabiliteit en vitaliteit. Het vrijuit kunnen laten stromen van onze levenskracht en het voluit mogen en durven ervaren van de eruit voortvloeiende gevoelens van volheid, stabiliteit en vitaliteit, geven ons het gevoel en weten dat we de beschikking hebben over onze levensbron, onze geestdrift. De beschikking hebben over onze levensbron maakt ons autonoom. Autonomie is het sleutelwoord voor het levensthema van het laten stromen van onze essentiële levensenergie.
Maar wanneer deze primaire levensenergie geblokkeerd wordt, wanneer we in onze kindertijd niet de ruimte gekregen hebben om onze levensenergie, onze geestdrift te ontplooien door verbods- en gebodsdwang, een ongezonde situatie, dan verliezen we ons gevoel van autonomie over onze levensenergie; er ontstaat een gevoel van onmacht en een angst niet te kunnen copen met onze omgeving met als reactie daarop de ontwikkeling van onze Persoonlijkheid die met het gevoel van woede de onmacht en de angst te lijf gaat en zo vergeefs probeert de autonomie over het vrijuit kunnen stromen van onze levensenergie, onze geestdrift, terug te verwerven.
De woede fungeert tevens als middel om te voorkomen dat we de pijn van het verlies van de autonomie voelen en zorgt er, helaas, voor dat we niet het licht van ons bewust-zijn op dit gevoel van verlies kunnen laten schijnen. In het bewust-zijn komt dit niet kunnen waarnemen over als een grens die we niet of slechts zelden kunnen overschrijden; het is bovendien een bijzonder moeílijke grens, daar we normaliter deze grens niet kunnen waarnemen, omdat zij in ons bewust-zijn een blinde vlek is en moet zijn om zo de pijn van het verlies van het stromen van onze levensenergie, van onze geestdrift voor ons verborgen te houden.
Kernbegrippen voor de instinctieve triade zijn: vrijuit stromen van levensenergie of geestdrift en autonomie wanneer we gezond zijn dan wel blokkering van levensenergie of geestdrift met als gevolg fixatie op onmacht, angst en woede en grenzen trekken om de beleving hiervan en van het gemis aan essentiële autonomie niet te hoeven ervaren. |
 |
De instinctieve triade beleeft, zoals gezegd, de essentiële werkelijkheid vooral vanuit het omgaan met de stroom van zijn levensenergie, zijn geestdrift. Wanneer sprake is van gefixeerdheid op de Persoonlijkheid, creëren we grenzen om het gemis van het vrijuit stromen van de levensenergie niet te hoeven ervaren.
Het niet kunnen omgaan met essentiële levensenergie, het verdwijnen van de gezonde wisselwerking van onze levensenergie met de omgeving, leidt tot een diep ervaren basisgevoel van onmacht met als reactie daarop woede: de levensenergie wil zich immers koste wat kost manifesteren en baant zich zo alsnog een uitweg! Met woede doorbreken we, denken we althans, ons gevoel van onmacht met betrekking tot het vrijuit kunnen laten stromen van onze levensenergie.
De drie persoonlijkheidstypes van de Instinctieve Triade gaan alledrie op verschillende wijze met de woede om om de woede om het verlies van autonomie over de levensenergie maar niet te hoeven ervaren en een vals gevoel van autonomie te scheppen. Ze geloven door grenzen te trekken en zich achter deze grenzen te verschansen, hun autonomie over de expressie van hun levensenergie herwonnen te hebben; in feite blokkeren ze echter de echte wisselwerking tussen werkelijkheid en levensenergie, maar door de grens te trekken kweken ze een vals gevoel van autonomie en hoeven ze het gemis aan echte wisselwerking van hun levensenergie met de energie van de omgeving en hun woede over het gemis aan wisselwerking niet te ervaren. |
 |
 |
| 2.2-Scheiding van onze gevoelens van eigenwaarde (Harttriade) |
 |
Wanneer we onze levensenergie ten volle vanuit ons hart durven te leven, dan ontstaat een diep, rijk en waarachtig vervullend gevoel van zelfbesef.
We voelen dat onze levensenergie niet zomaar in het wilde weg stroomt, maar op een manier stroomt die precies bij ons past, hetgeen een zingevend, bezield gevoel geeft en een diep, vervullend gevoel van zelfbesef van onze authenticiteit. Juist door vanuit ons hart te leven, door aan te voelen hoe onze essentie tot expressie wil komen, voelen we wat onze ware natuur is, onze echte identiteit, en weten we deze te waarderen in de vorm van een doorleefd gevoel van zelfbesef, van onze authenticiteit. Wanneer we waarachtig vanuit ons hart leven, vanuit ons voelen van hoe onze essentie tot expressie wil komen, ervaren we zelfachting en zelfwaardering, weten we ons bemind en gewaardeerd, voelen ons zinvol en bezield in het leven staan en vormen zo een kanaal waardoorheen de levensenergie zich op geheel eigen wijze manifesteert: we zijn levende liefde! Wanneer we ten volle vanuit ons hart de expressiedrang van onze essentie aanvoelen, door vanuit deze unieke liefde te leven, door bezield en zinvol in het leven te staan, dan zijn we op en top authentiek. Authenticiteit is het sleutelwoord voor het leven vanuit ons hart dat tot ons spreekt vanuit ons gevoel: een waarachtig levensthema!
Wanneer we geblokkeerd raken in ons vermogen te leven vanuit ons hart en zelfbesef, vanuit onze authenticiteit, wanneer we in onze kindertijd niet gewaardeerd werden om wie en hoe we werkelijk waren, een ongezonde situatie, dan durven en kunnen we onze ware aard niet meer te tonen. Van hieruit ontstaat een diep geworteld gevoel van onmacht en schaamte dat ons vertelt dat we een núl zijn. Van essentieel zelfbesef en authenticiteit kan geen sprake zijn!
Met dát gevoel en idee van schaamte en gemis aan essentieel zelfbesef en authenticiteit wil niemand rondlopen; in plaats van een waarachtig zelfbeeld ontwikkelen we een vals zelfbeeld. Ten koste van alles willen we ons immers gewaardeerd voelen om wat onze unieke waarde in de wereld is. Het valse zelfbeeld fungeert als grens om ons gevoel van onmacht, schaamte en besef van gemis aan zelfbesef en authenticiteit te verbergen.
Prikt iemand door het valse zelfbeeld heen, dan wordt gereageerd met vijandigheid. |
 |
| De drie persoonlijkheidstypes van de Hart Triade gebruiken het valse zelfbesef elk op een verschillende wijze om zo een eigen, bij hun Persoonlijkheidstype passende blokkade/grens op te trekken. |
 |
 |
| 2.3-Scheiding van ons gevoel van innerlijke steun (Denktriade) |
 |
Wanneer we ten volle in ons hoofd, vanuit ons diep innerlijk weten, vanuit onze verstilde geest, durven te leven, ervaren en voelen we een grote en diepe innerlijke rust, van waaruit we in staat zijn de werkelijkheid waar te nemen zoals hij is. Onze levensenergie en de wijze waarop wij haar vanuit onze eigen essentie vorm geven, is een gestage, rustige energiestroom.
Vanuit deze diepe oceaan van overgave aan de expressie van onze essentie, komen opvallende kwaliteiten als het verwerven van inzichten, het krijgen van ideeën en begripsvermogen bovendrijven. We krijgen een steeds dieper besef van de onderlinge samenhang en eenheid van de werkelijkheid en onze rol daarin; we weten vanuit ons zijn, vanuit de stroom en rijkheid van onze essentie, dat we zinnig bezig zijn en brengen ons kenvermogen tot ontwikkeling.
Wanneer we in deze gezonde staat verkeren, ervaren we het bewustzijn van ons zinnig bezig zijn en ons kenvermogen als onze innerlijke steun, als onze leidraad voor ons handelen. Autarkie is het sleutelwoord. |
 |
Missen we deze innerlijke leidraad en steun, dan ontstaan er vanuit het gevoel van onmacht diepe angstgevoelens van onzekerheid en ongerustheid; onze verstilde geest wordt dan een broeikast van onrustige gedachten die er allemaal op gericht zijn een verdedigingsssyteem te bedenken en in stand e houden tegen het gemis aan autarkie. Er wordt flink wat afgedacht om alle mogelijke levensgevaren op zich af te kunnen zien komen; zien we de gevaren aankomen, dan kunnen we misschien iets bedenken om ze wellicht aan te kunnen. De angst en bezorgdheid over het verlies van autarkie fungeren als de motor die de denkmachine aanjaagt, waarmee het verlies van innerlijk weten en steun gecompenseerd moet worden.
De drie persoonlijkheidstypes van de Denk Triade gaan alledrie op verschillende wijze met de angst om om de angst om het verlies van autarkie over het leven maar niet te hoeven ervaren en een vals gevoel van autarkie te scheppen. Ze geloven door grenzen te trekken en zich achter deze grenzen te verschansen, hun autarkie over hun leven herwonnen te hebben; in feite blokkeren ze echter de echte wisselwerking tussen werkelijkheid en hun leven, maar door de grens te trekken kweken ze een vals gevoel van autarkie en hoeven ze het gemis aan echte wisselwerking van hun leven met de energie van de omgeving en hun angst over het gemis aan wisselwerking niet te ervaren. |
 |
 |
| 3-De vruchten van (Zelf)liefde |
 |
Wanneer wij ons-zelf openstellen voor de liefde door ons-zelf op één lijn te brengen met onze ziel, onze essentie, en daarmee tot waarachtig leven komen, dan wordt ons meteen duidelijk waarom de liefde zo'n grote kracht is: blijheid, tevredenheid, gelukzaligheid, vreugde en al die andere gemoedstoestanden die ons dan als rijpe vruchten en geheel gratis beloning in de schoot vallen, wellen als ongekend diepe bronnen van vervullende kracht van binnen uit de diepte van ons wezen van liefde, de ziel, omhoog en stuwen ons vooruit.
Deze kracht slecht alle innerlijke barrières en drijft ons, vanuit onze hunkering ernaar, naar ongekende belevingen van waarden, waarheid en waarachtigheid, naar veelsoortige en diepe bewustzijnsgroei. |
 |
| Een waarachtig leven, een leven vanuit liefde, betekent onvermijdelijkerwijs een confrontatie met en een loslaten van je fixaties; inzicht in deze fixaties versnelt het loslaten van deze fixaties. Wanneer we ons echter slechts beperken tot inzichten, dan zijn we psychologisch bezig zonder de dimensie van het ervaren van essentie of liefde. We zullen dan misschien wel verstandelijk begrijpen, maar het zal ons aan de kracht ontbreken om de fixaties aan te pakken. Deze kracht halen we immers uit het wenkende perspectief van aan den lijve ondervonden liefde of essentie. |
 |
Psychologische inzichten kunnen dan onze blik verruimen, maar houden ons echter gevangen binnen de wereld van het denken en voelen, de wereld van het betekenis geven, en daarmee in de wereld van de fixaties, in een leven vanuit subjectief bewustzijn. Slechts in het licht van de onze essentie, in het licht van (Zelf)liefde, indirect waarneembaar via onze gevoelens, kan onze aandacht bevrijd worden van haar fixatie op de Persoonlijkheid en kunnen de afzonderlijke fixaties definitief oplossen.
Daarmee fungeert (Zelf)liefde tevens als sloper van ons bouwwerk van fixaties. |
 |
| | Omhoog | |
|
|
|
 |
|
|
|
| LIEFDE: DE WEG TERUG NAAR EENHEIDSBEWUSTZIJN |
 |
 |
| 1-Gevoelens: duiding van gevoelens |
|
Gevoelens worden verguisd en geprezen; we moeten ze leren kennen of ze maar laten voor wat ze waard zijn; ze als ons uitgangspunt nemen of er afstand van doen; ze houden ons tegen of drijven ons vooruit.
|
 |
| Dit soort uitspraken zijn allemaal tekenen dat gevoelens en de omgang ermee voor ons een belangrijke aangelegenheid zijn. |
 |
| In de ont-moeting worden wij met onze en andermans gevoelens geconfronteerd en geraakt. Wanneer wij open staan voor de betekenis van het geraakt worden, dienen gevoelens als wegwijzers naar een leven in objectief bewustzijn, dat wil zeggen naar een leven vanuit onze bron, onze essentie, onze ziel of naar een leven vanuit onze gefixeerde Persoonlijkheid die van onze bron, onze essentie, onze ziel gescheiden is. |
 |
| Door het plezier, de vervullende rijkdom en de ontspanning die we erin kunnen ervaren, vergemakkelijken en verplezieren ze ons leven en verleiden ons bovendien de weg naar objectief bewustzijn in te slaan. |
 |
| Emoties zoals wij die kennen, horen bij een leven dat zich niet voortdurend in objectief bewustzijn bevindt. Er hoeft niet tegen gevochten te worden, ze hoeven niet omarmd te worden, ze hoeven niet veroordeeld te worden: ze komen en gaan. We kunnen meegaan met onze emoties, er ons zelfs tijdelijk door laten overmeesteren, zolang we er maar op een ontspannen, rustige en vervullende wijze de regie over houden en we aldus er voor zorgen dat we er niet op gefixeerd raken. |
 |
| Wanneer we er zó mee omgaan, dan hebben we optimaal profijt van hun functie als wegwijzer en vormen ze in de beleving ervan het zout in de pap in ons aards bestaan zolang wij niet in staat zijn om bij voortduring in objectief bewustzijn te verkeren. |
 |
| Wanneer wij wél in objectief bewustzijn verkeren, dan worden onze emoties getranscendeerd. |
 |
| 1.1 Wat zijn gevoelens of emoties? |
|
Gevoelens of emoties zijn energiebewegingen vanuit ons binnenste, onze ziel of essentie, naar buiten toe. Ze verschillen van elkaar als energie in de wijze waarop ze zijn samengesteld ofwel gemoduleerd.
|
 |
|
Gevoelens ontstaan doordat wij in de ont-moeting met de buitenwereld geraakt worden, daar al of niet betekenis aan hechten en daar vervolgens al of niet met een emotie op reageren, waarmee we ons en anderen laten zien dat en hoe we iets ervaren en beleefd hebben.
|
 |
|
De wijze, de heftigheid en de plek waarop wij geraakt worden én de manier waarop wij daarmee omgaan en beleven, leiden tot een onuitputtelijke schakering van emoties.
|
 |
| 1.2 De functie van emoties of gevoelens. |
|
Op kennisniveau is de functie van gevoelens dat zij ons en anderen in de ont-moeting tonen of, hoe en hoe sterk wij geraakt zijn. In het tonen van onze emotie aan ons zelf en de ander ligt een bron van kennis en lering; de emotie fungeert als een wegwijzer die laat zien hoe wij in elkaar zitten en met de werkelijkheid omgaan. Het is vervolgens aan ons de taak om uit te maken wat wij met deze kennis willen doen.
|
 |
|
Op belevingsniveau, het ervaren van de emotie, fungeren emoties als wegwijzer naar de bron van ons levensplezier; zij laten ons voelen of, hoe en in welke mate wij met onze bron, onze ziel, onze essentie verbonden zijn. Hoe beter wij met onze bron verbonden zijn, hoe meer blijdschap en vreugde wij kunnen ervaren.
|
 |
|
We kunnen, zoals gezegd, onze emoties op kennisniveau vanuit leergierigheid ondergaan of op belevingsniveau vanuit blijdschap en vreugde. De bevrediging van onze leergierigheid door middel van kennis en de vervulling van onze behoefte aan beleving van blijdschap en vreugde vormen de beloning voor onze inspanning.
|
 |
|
Het ervaren van deze beloning voelt plezierig aan, waardoor we verleid worden de weg naar de bron van dit plezier nog verder in te slaan en te verkennen, waardoor we nóg diepere staten van bevrediging en vervulling bereiken.
|
 |
|
Dit zichzelf herhalend, versterkend, verdiepend en ons verleidend proces van willen zoeken en beleven voelt in ons aan als een drang, een drive, die wij niet kunnen weerstaan. Deze drang of drive voert ons uiteindelijk naar onze bron, onze essentie, onze ziel, en daarmee naar bewust-zijn.
|
 |
|
Op deze wijze wordt een derde functie van emoties zichtbaar: ze zijn de drager van onze drang naar bewust-zijn!
|
 |
| 1.3 Twee soorten gevoelens. |
|
Wanneer wij in de ont-moeting met de buitenwereld ons basisvertrouwen en ons gevoel van geborgenheid kwijt raken, durven wij de stem van onze ziel niet meer vanuit gevoelens van blijmoedigheid te volgen en sluiten ons daarvan in meer of mindere mate van af. In plaats daarvan geven wij toe aan onze angst dat het leven ons niet zal dragen; om deze angst te kunnen verwerken ontwikkelen wij het de werkelijkheid verwringende mechanisme van onze Persoonlijkheid, onze eigen unieke manier om onze angstgevoelens een plaats te geven door vanuit angst betekenis te verlenen aan de werkelijkheid.
|
 |
|
Wanneer wij vanuit onze Persoonlijkheid de werkelijkheid betekenis geven, dan is ons bewustzijn gefixeerd op onze Persoonlijkheid. De gevoelens die zich vervolgens manifesteren komen dan ook naar boven als gevoelens vanuit de Persoonlijkheid. Omdat de Persoonlijkheid geschapen is uit onze angst voor de werkelijkheid, kenmerken alle uit de persoonlijkheid voortvloeiende gevoelens zich door een zekere gespannenheid en onrust, zelfs als alles schijnbaar gunstig voor ons verloopt.
|
 |
|
Wanneer wij níet gefixeerd zijn op onze Persoonlijkheid, dan leven wij vanuit een houding van ons veilig en geborgen weten, hetgeen resulteert in gevoelens van ontspannenheid en blijmoedigheid.
|
 |
|
Een andere manier om voor onszelf te bepalen of onze gevoelens al of niet aan de fixatie op onze persoonlijkheid ontspringen, is te kijken of het betreffende gevoel ons verrijkt of verarmt. Is het gevoel een signaal dat u vertelt dat u een beter mens aan het worden bent, dat u uw leven rijker aan het maken bent, dat u uw leven aan het vervullen bent, dat uw leven waardevol voelt? Dán heeft u een duidelijk signaal dat u richting essentie of ziel wijst.
|
 |
|
Zijn uw gevoelens niet zingevend, vervullend en verrijkend, maar stompen ze u af en maken u hol en op den duur krachteloos en gaat u zich er waardeloos door voelen? Dán heeft u een duidelijk signaal dat van uw essentie, uw ziel vandaan wijst.
|
 |
| 1.4 De betekenis van Plezier. |
|
Wanneer we een emotie ervaren, dan stroomt er gemoduleerde energie. Hoe de energie ook gemoduleerd is, om wat voor gevoel het ook gaat, er stróómt iets. Het stromen van energie kan waargenomen worden en we kunnen er dan de betekenis plezierig of onplezierig aan hechten. Dat betekent dan, dat de stroming ons het gevoel geeft dat we leven of niet leven. Stromen we níet, dan voelen we niets en kunnen geen plezier of onplezier ervaren, hetgeen aanvoelt alsof we dood zijn. Dat is de reden waarom we vaak liever onplezierige emoties hebben dan helemáál geen emoties!
|
 |
|
Het ervaren van plezier betekent slechts dat er een emotie stroomt, maar zegt niets over de betekenis van deze emotie. Er zijn bij voorbeeld genoeg mensen die plezier scheppen in het vernederen van anderen, in het haten, in het vernietigen en zo voorts. De op dit soort plezier volgende gevoelens zijn uithollende gevoelens die aangeven dat je ondanks je plezier leger geworden bent, waardoor je je onbehaaglijker gaat voelen, een gevoel dat je het liefst meteen wegstopt, waarna je opnieuw het plezier van stromen van dezelfde energie wilt ervaren om het gevoel van leegheid te maskeren.
|
 |
|
Plezier is dus niets meer maar ook niets minder dan de betekenis die wij toekennen aan het voelen stromen van een emotie, ongeacht of die emotie een signaal is dat ons naar onze bron, onze essentie, onze ziel voert, of er vandaan.
|
 |
|
Als wij willen écht weten of onze emotie ons naar onze bron of ervandaan voert, dan zullen wij moeten letten op signalen van ontspannenheid en verrijking, zoals hierboven uiteengezet.
|
 |
| 1.5 Twee uitersten van gevoelens: de haat en de vreugde. |
|
Aan de ene kant van het spectrum aan gevoelsmogelijkheden komen we de haat tegen waarmee we een diepe kloof maken met onszelf en tussen onszelf en alles iedereen. Vanwege deze scheidslijnen openbaart zich van niets de essentie meer aan ons en wordt alles waardeloos: wij willen of kunnen niet meer weten of beleven hoe wonderlijk de wereld is en de haat stompt onze zintuigen af voor de beleving en kennis hiervan. Wij maken ons door voor haat te kiezen blind voor het wonder van het bestaan en koud van binnen.
|
 |
|
Aan de andere kant van het gevoelsspectrum vinden we de vreugde, waarmee we ons weten en beleven van het wonder van de innige verbintenis met elkaar en de wereld en onze zich ontvouwende plaats daarin demonstreren. Alles heeft betekenis en waarde en al onze zintuigen staan wijd open voor deze ervaring. De vreugde maakt ons warm van binnen en opent al onze zintuigen voor het wonder van het bestaan.
|
 |
|
Omdat deze twee gevoelens zo duidelijk de twee uitersten van ons betekenis geven aan en beleving van de werkelijkheid laten zien, en omdat we op deze manier zo duidelijk het verschil in leven vanuit de fixatie van onze persoonlijkheid dan wel vanuit onze Ziel kunnen laten zien, wijden we er aparte bijlagen aan: de Bijlage Vreugde en de Bijlage Haat.
|
 |
|
De liefde vormt als zijnstoestand de bron van zowel de vreugde als de haat en komt inDe Ont-moeting zelf aan bod.
|
 |
| 1.6 Er zijn geen positieve of negatieve gevoelens |
|
Emoties fungeren, zoals gezegd, als wegwijzers in ons leven. Elke emotie is een wegwijzer, zowel "positieve" als "negatieve" emoties.
|
 |
|
Emoties het etiket geven dat ze wel of niet oké zijn, betekent het niet kunnen of willen zien van hun primaire functie van wegwijzer.
|
 |
|
Wanneer dit etiket zich tot een fixatie ontwikkelt, dan missen we niet alleen de wegwijzer, maar veroordelen we ook ons zelf om het hebben van een bepaalde of van alle emoties. De weg terug naar het herkennen van emoties als belangrijke wegwijzers wordt dan nóg moeilijker!
|
 |
| 1.7 Gevoelens zijn niet onze levensbron maar een reflectie daarop |
|
Zo belangrijk onze emoties als wegwijzers voor ons zijn, toch blijven het "slechts" reflecties op de werkelijkheid. Emoties zíjn niet de werkelijkheid, ze laten alleen zien hoe ons bewustzijn tegen de werkelijkheid áánkijkt.
|
 |
|
Wanneer wij het gevoel hebben dat wij niet meer zijn dan onze gevoelens, wanneer wij er dus helemaal in verzuipen en er ons niet meer van los kunnen maken, dan verkeert ons bewustzijn in een fixatie op de Persoonlijkheid.
|
 |
|
Wanneer wij ons enigszins hieruit los weten te rukken, dan beseffen wij weer dat we veel méér zijn dan onze gevoelens die slechts een beperkte kijk op de werkelijkheid reflecteren.
|
 |
| 1.8 De emotie voorbij |
|
Wanneer wij in objectief bewustzijn verkeren, dan verdwijnt het betekenis geven en daarmee emoties zoals wij die kennen. Zonder ergens betekenis aan te hechten met alle emoties vandien staan wij dan in een ontspannen, open, vervullende verbinding met de werkelijkheid, waarbij het zich ontvouwende samenspel tussen de werkelijkheid en jouw rol daarin zich als vanzelf voltrekt. Je kijkt er alleen maar naar en geeft je over aan de ontvouwing in en via jou en laat je in je handelen erdoor meevoeren. De emoties zoals je die kent, verdwijnen doordat ze getranscendeerd worden in iets anders, waarover meer in de Bijlage "Negen facetten van Liefde".
|
 |
|
Wanneer deze momenten voorbij zijn, dan komt onze reflectie en betekenis geven weer op gang en daarmee het proces en de processie van emoties.
|
 |
|
Wanneer je in objectief bewustzijn kunt verblijven wanneer en hoe lang je maar wilt en op de wijze die bij jou past, dan heb je je verlichting gerealiseerd.
|
 |
 |
| 2-Gevoelens beleefd vanuit onze Persoonlijkheid |
| Met de gevoelens die we ervaren, laten we zien hoe we betekenis verlenen aan de werkelijkheid, zoals we zagen in de Bijlage "Gevoelens-Betekenis van Gevoelens".
Wanneer we de werkelijkheid niet meer vrijuit kunnen ervaren vanuit onze essentie, dan ervaren we onze gevoelens vanuit hoe onze Persoonlijkheid ze beleeft. |
 |
 |
Onze Persoonlijkheid is een vervalste en slechte vervanging voor het gemis dat we aan contact met onze essentie ervaren. Het verlies aan contact met onze essentie is zó pijnlijk en angstaanjagend, dat wij er met behulp van onze Persoonlijkheid alles aan doen om kennis over dit gemis en herinnering aan die angst buiten het bewustzijn te houden.
Aangezien via onze gevoelens in meer of mindere mate altijd iets van onze essentie tot het bewustzijn doordringt, worden gevoelens door de Persoonlijkheid vaak als bedreigend ervaren. |
 |
De Persoonlijkheid heeft dan ook een geweldig arsenaal aan middelen ontwikkeld om het bewuste contact met onze gevoelens binnen veilige grenzen te houden.
Gevoelens worden verdrongen, gerationaliseerd, vertroebeld, niet tot expressie gebracht, onevenwichtig tot expressie gebracht, gesublimeerd, niet aanvaard of we dissociëren compleet; breid zelf het rijtje mogelijkheden dat de Persoonlijkheid tot haar beschikking heeft, maar uit. |
 |
De door de Persoonlijkheid vervormde gevoelens weerspiegelen altijd iets van onmacht doordat ze een voortdurende poging zijn de werkelijkheid vanuit essentie te beleven, maar daarin nooit echt goed slagen. Wat we ook doen in het leven en hoe we het ook doen, maakt voor de beleving van de Persoonlijkheid niets uit: het voelt nooit aan als genoeg, als vervuld. Daarmee is alles waar de Persoonlijkheid een vinger achter heeft, altijd doortrokken van een bepaalde ondertoon van onmacht. Juist die onmacht leidt weer tot gevoelens van onrust en gespannenheid.
De uit de Persoonlijkheid voortvloeiende gevoelens brengen ons dan ook altijd uit balans, we zijn niet gecenterd in onze essentie.
De Persoonlijkheid gaat op zoek naar een alternatief voor een gevoel van balans en komt dan uit bij Zelfbeheersing als middel om om te gaan met de onrust en gespannenheid waarmee zijn gevoelens doortrokken zijn. |
 |
 |
| 2.1 Gevoelens beleefd vanuit onze Essentie |
 |
Wanneer we leven vanuit onze essentie en vanuit onze essentie in de vorm van gevoelens laten zien hoe wij de werkelijkheid ervaren, dan voelen onze gevoelens heel anders aan. Onze gevoelens worden dan gedragen door een essentiële ondertoon van rust, ontspannenheid, kracht, rijkdom, vervulling, een, anders gezegd, essentiële ondertoon van balans in ons leven. Onze gevoelens accentueren deze balans en verstevigen die zelfs!
Onze essentie krijgt dit klaar, zorgt ervoor dat we niet in een fixatie op de Persoonlijkheid schieten, door ten aanzien van de werkelijkheid, elkaar en onszelf een houding van Gelijkmoedigheid aan te nemen. |
 |
 |
| 2.2 Zelfbeheersing: de valse poging tot balans van de Persoonlijkheid |
 |
Wanneer we géén zelfbeheersing zouden kennen, dan zouden we geen enkele rem op de emoties van onze Persoonlijkheid hebben. Dat werkt niet prettig en gemakkelijk in de omgang met de wereld, met elkaar en met onszelf.
Zelfbeheersing is daarmee een belangrijk middel om de omgang met elkaar mogelijk te maken en te kunnen leven met onze innerlijke wereld. |
 |
Met Zelfbeheersing pakken we een gevoel op en containeren de erin tot uitdrukking komende onrustige en gespannen energie. Die container kunnen we opbergen, verstoppen, een ander kleurtje geven, later nog eens open maken en zo voorts. We tellen bij wijze van spreke tot tien en denken dan onze innerlijke balans hervonden te hebben.
Niets is echter minder waar, hetgeen blijkt wanneer we de container weer open maken. Alle heftigheid en onbalans die in de emotie besloten lagen, komen er dan alsnog uit: je raakt alsnog overstuur of ontploft, je blijft maar doorgaan over wat je meemaakte en zo voorts. |
 |
Toch kan Zelfbeheersing, het tot tien tellen, een rol gaan spelen bij een goede verwerking van emoties. Zelfbeheersing vooronderstelt namelijk een zeker bewustzijn van de tegendelen van een vraagstuk, anders kunnen de tegendelen niet beheerst worden. Een en ander speelt zich natuurlijk wél af binnen het kader van de Persoonlijkheid, hetgeen betekent dat de oorsprong van het bestaan van een gespannen gevoel met betrekking tot de tegenstelling buiten het bewustzijn moet blijven. Met het bewustzijn op het bestaan van de tegendelen zijn we echter wél in staat om de ruimte waarbinnen de Persoonlijkheid opereert, op te schonen: van these gaan we via antithese naar synthese en de verschillende syntheses worden op elkaar afgestemd: we hebben het op een rijtje staan, maar nog stééds binnen de beperkingen die inherent aan de Persoonlijkheid zijn.
Wanneer we echter vanuit Zelfbeheersing geleidelijk meer orde in de innerlijke wereld van de Persoonlijkheid scheppen, dan ontstaat er toch wat meer rust en sparen we energie uit, zodat onze essentie meer kansen krijgt zich te manifesteren en wij meer kracht, energie hebben om langer en dieper in onze essentie te blijven. Castaneda beschrijft in zijn boeken dit proces als het schoonvegen van de Tonal.
De ruimte, rust en energie die vanuit Zelfbeheersing geschapen worden en vrij komen, geeft kansen aan manifestatie van onze essentie, onder andere aan de manifestatie van Gelijkmoedigheid, het essentiële alternatief voor Zelfbeheersing. |
 |
| Vanuit onze Gelijkmoedigheid kunnen we de uit de Persoonlijkheid voortvloeiende gevoelens hanteren waarbij we kunnen kiezen ze tot expressie te brengen of niet; we hoeven onze gevoelens ons niet van binnen te laten verzieken, we kunnen onze gevoelens transformeren of we kunnen de Persoonlijkheid zelf, als bron van onze onrustige gevoelens, gaan aanpakken. |
 |
 |
| 2.3 Gelijkmoedigheid: een waarachtige balans van onze essentiële gevoelens |
 |
Gelijkmoedigheid is de uit onze essentie voortvloeiende houding van waaruit we onze gevoelens beleven en ermee omgaan.
Het op de Persoonlijkheid gefixeerde Bewustzijn verhindert de ontdekking dat er zoiets als essentiële gelijkmoedigheid bestaat, maar wanneer we gezond doorgroeien in ons bewustzijn herontdekken we deze essentiële eigenschap. |
 |
Bij een houding van Gelijkmoedigheid laat ons bewustzijn toe dat onze essentie onze gevoelens mede doordrenkt met rijkdom, gevuldheid, stevigheid en vrijuit en vloeiend stromende kracht, vanuit de achtergrond van ontspannenheid, rust en zekerheid die uit ons basisvertrouwen in de werkelijkheid voortvloeien. Al deze kenmerken én de bewuste regie over onze gevoelens geven een gevoel van een waarachtige balans vanuit onze essentie van onze gevoelens: we zijn Gelijk-moedig. Welke gevoelens ook tot uitdrukking gebracht worden, hoe heftig de gevoelens ook mogen zijn, het elastiekje van onze Gelijk-moedigheid brengt ons steeds terug bij onze essentie en zorgt ervoor dat we niet meegaan in de mallemolen van de fixatie op onze Persoonlijkheid.
Bij Gelijk-moedigheid is sprake van een bewúste regie, die ervoor zorgt dat er geen sprake is van onverschilligheid, maar van een alerte interactie met de omgeving. Wanneer we goed gecenterd zijn in onze essentie, dan verloopt de bewuste regie vaak zó snel, dat we niet eens in de gáten hebben dat we aan het regisseren waren of zelfs helemáál niet regisseerden, hetgeen als spontaan en authentiek aanvoelt en overkomt. |
 |
 |
| 2.4 Hoe Gelijkmoedigheid te verwezenlijken |
 |
Het mooie is dat we Gelijkmoedigheid, evenals alle andere aan liefde, aan essentie gerelateerde eigenschappen, niet hoeven te verwezenlijken. Elke aan liefde, aan essentie gerelateerde eigenschap, bestaat al in ons als onze essentie, we hoeven alleen maar toe te staan dat zij zich in ons openbaart.
De fixatie op onze Persoonlijkheid verhindert de openbaring van deze essentiële eigenschappen aan ons bewustzijn. De ontmanteling van deze fixatie en het ruimte geven aan de ontwikkeling van deze essentiële eigenschappen brengt vanzelf het bestaan van de essentiële eigenschap van Gelijkmoedigheid en andere essentiële eigenschappen in ons bewustzijn weer naar boven, waarna wij er met ons bewustzijn weer de regie over kunnen gaan voeren. |
 |
Alhoewel je niet direct aan Gelijkmoedigheid kunt "werken", zie je dat Gelijkmoedigheid sneller als essentiële eigenschap tot ontwikkeling komt, wanneer we ophouden met anderen en onszelf te veroordelen en bewustzijn verkrijgen op het direct aan de fixatie op de Persoonlijkheid gerelateerde proces van (Zelf)veroordeling.
Processen van (Zelf)veroordeling komen gemakkelijker tot stilstand en kunnen beter doorbroken en voorkomen worden, wanneer we ruim baan geven aan de Verwondering en vanuit deze opening, deze ontvankelijke houding, een eventuele beleving van de gevoelens vanuit onze en andermans Persoonlijkheid met meedogende, zeg maar milde humor benaderen.
Laat de Verwondering en de Humor echter geen nieuw mechanisme worden om gevoelens die we niet willen erkennen te maskeren, want dan zijn we nóg verder van huis. |
 |
 |
| 2.5 Verwondering |
 |
Als kind staan we open voor alles; we zijn ontvankelijk en omdat er nog weinig fixaties zijn, ervaren we deze ontvankelijkheid als kinderlijke onschuld.
Wanneer we onze ontvankelijkheid en kinderlijke onschuld als volwassene weten vast te houden of opnieuw te ontdekken en er bewustzijn op verkrijgen, dan ontwikkelt onze kinderlijke ontvankelijkheid en onschuld zich tot Verwondering.
Datgene waarover we ons verwonderen, raakt ons; om het proces van geraakt worden goed te doorstaan, hebben we een niet (zelf)veroordelende houding nodig, waarbij Humor een belangrijke rol kan spelen. |
 |
 |
| 2.6 Humor |
 |
Waarachtige gelijkmoedigheid gaat altijd samen met respectvolle humor!
Humor met een open hart, vanuit je essentie, geeft je de kans om het raken en geraakt worden in je eigen en andermans kleine en grote pijn en lijden, alle vormen van fixaties dus, te delen, bespreekbaar te maken, te relativeren en een nieuwe plek te geven.
Humor doet dat door vanuit een respectvolle verbinding met de ander en jezelf het leven vanuit een onverwachte invalshoek te benaderen, zodat je even los komt van je fixatie op één van de twee tegendelen van de fixatie of van beide tegendelen tegelijk. Fijngevoelige humor werkt op een prettig storende manier in op wat wij als onze grenzen ervaren; ze voelt aan als gekietel. Hoe dan ook, Humor geeft wanneer we ons eraan overgeven, een bevrijdend, opluchtend gevoel. Humor bevrijdt ons voor een kort moment van de fixatie op onze Persoonlijkheid; in de ruimte die daardoor ontstaat, treedt onze essentie naar voren, wat als verwarmend van binnen aanvoelt; je voelt je even een ander, zeg maar, écht mens. |
 |
| Humor is een levenshouding en een vaardigheid, die alléén naar je toe komen wanneer je de pijn en het lijden van jezelf en de ander niet veroordeelt, waardoor er ruimte ontstaat voor een onbevangen waarnemen van jezelf en/of de ander. Is die ruimte er níet, dan kan de Humor zich niet vanuit het hart ontvouwen. Zij ontaardt dan al gauw in cynisme of sarcasme, twee vormen van afbreken, buitensluiten en scheiden, de eerste vooral op jezelf, de tweede vooral op de ander gericht. |
 |
 |
| 2.7 Kip en het ei |
 |
Gelijkmoedigheid, verwondering, humor, een niet (zelf)veroordelende houding zijn essentiële kwaliteiten die elkaar mogelijk maken, aanvullen, ondersteunen en versterken. Als je je deze kwaliteiten wilt eigen maken door je je ervoor open te stellen, dan kun je je wel eens gaan afvragen waar je moet beginnen.
De praktijk van het leven zal moeten openbaren welke weg zich daarin voor je opent. Weten waarop je wacht en de intentie hebben om je open te stellen voor de zich aldus aandienende kansen zijn de instrumenten die je tot je beschikking hebt om als het zover is, stappen te kunnen zetten. |
 |
 |
| 2.8 Gelijkmoedigheid: een open grens tussen jou en de ander |
 |
| Wanneer we leven vanuit (Zelf)beheersing, dan neemt de Persoonlijkheid de fixatie op de tegenstelling als uitgangspunt van het bestaan; dat betekent een denken en gerichtheid op tegendelen als uitersten die van elkaar gescheiden zijn door grenzen. Wanneer we onszelf alleen of hoofdzakelijk als Persoonlijkheid kunnen zien, dan ervaren we in onszelf deze grenzen. Aangezien elke Persoonlijkheid uniek is, ervaart elke Persoonlijkheid zijn eigen, unieke grenzen. Deze grenzen worden dan gezien als "jouw" grenzen. Die grenzen worden dan geobserveerd, bewaakt, verstevigd en zo voorts; overschrijding van de grenzen wordt als niet eigen gevoeld, we schrikken van deze overschrijdingen, voelen angst of pijn en zo voorts; uiteindelijk, als laatste en meest ultieme verdediging, veroordelen we de ander en onszelf voor het overschrijden van de grenzen van "jezelf". |
 |
Veel therapieën zijn op de gedachtegang gebaseerd dat je "bij je zelf moet blijven". Wat dat zelf dan is en waarom je er niet bij kunt blijven, is vaak erg onduidelijk. Meestal wordt bedoeld dat we ons niet moeten laten raken in onze gevoelens of ons moeten afsluiten van het gevoel van geraakt worden. We moeten bij de balans van onze persoonlijkheid, van onszelf, zien te blijven, een balans die echter geen echte balans is.
Een dergelijke gedachtegang en houding kan een goede hulp zijn om crisissituaties in de Persoonlijkheid tijdelijk te bezweren; veranderingsprocessen kunnen soms wel eens te snel gaan, en dan is het fijn om dit soort afgrenzingtechnieken bij de hand te hebben. Het nadeel van deze techniek is echter dat wij onze openheid en ontvankelijkheid verliezen, waarmee uiteindelijk een echte ont-moeting met onszelf en de ander bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt wordt: het middel van afgrenzing kan uiteindelijk erger worden dan de kwaal. |
 |
We kunnen er echter óók voor kiezen om open en ontvankelijk te blijven, waardoor we natuurlijk flink geraakt worden door alles wat bij ons binnen komt. Alles verwerken waardoor we geraakt worden, lukt vaak niet, waardoor de gedachte, de neiging en de wens ontstaan grenzen op te werpen en je af te sluiten.
Zo'n gedachtegang en houding heeft echter als vooronderstelling dat het niet oké is wanneer we geraakt worden, iets voelen en het gevoel niet kunnen verwerken. We veroordelen ons er om en gaan aan de slag om controle over het proces te krijgen door middel van afsluitingstechnieken.
We kunnen ons echter ook aanleren het geraakt worden te ondergaan vanuit verwondering, niet-veroordeling ((Zelf)acceptatie) en milde humor: vanuit Gelijkmoedigheid dus. We blijven dan open en ontvankelijk, worden geraakt, hebben de innerlijke ruimte tot onderzoek wat van ons is en wat van de ander, wat deel uitmaakt van onze Persoonlijkheid of van onze essentie, blijven in de ont-moeting met onszelf en onze omgeving in een open grens, maar hebben geen onoverkomelijke last van de fixaties, de pijnen, waarin we wellicht geraakt worden, waardoor we in balans blijven en ons niet hoeven af te sluiten. |
 |
| Elke therapie zou eigenlijk moeten zoeken naar een op de persoon toegepaste mix van grenzen stellen en gelijkmoedigheid verwerven en de cliënt op de verschillen ertussen moeten wijzen, zodat men er bewustzijn op kan verwerven en kan kiezen voor een bepaalde ontwikkeling. |
 |
De betekenis van de Ont-moeting voor de ontwikkeling van Gelijkmoedigheid
De ontmanteling van de fixatie op de Persoonlijkheid door de (zelf)veroordeling vanuit ontvankelijke verwondering en respectvolle humor aan te pakken en daarmee het ruimte geven aan de ontwikkeling van essentiële eigenschappen als onder andere gelijkmoedigheid vindt plaats in het proces van de ont-moeting van onszelf in de ander, omdat wij juist in dit proces steeds geraakt worden in onze essentie en/of onze fixaties.
Wanneer wij het proces van de ont-moeting op een bewuste manier aangaan, vanuit een open grens, dan kunnen wij met méér gemak de fixatie op onze Persoonlijkheid ontmantelen en geven wij darmee ruim baan aan essentiële eigenschappen als gelijkmoedigheid en andere kwaliteiten die ons als vanzelf uiteindelijk ten deel vallen en waar wij dan bewust gebruik van kunnen maken. |
 |
 |
| 2.9 Gelijkmoedigheid en Basisvertrouwen |
 |
Wanneer we in staat zijn vanuit Gelijkmoedigheid te leven, dan openbaren belangrijke delen van onze essentie zich aan ons, waaronder onschuld, verwondering en humor; in het algemeen voelen we ons bovendien meer open staan voor de wereld, waarbij we in staat zijn gemakkelijker in onze essentie te blíjven.
Dit meer weet hebben van wat essentie is, van wat onze eigen essentie is en van wat die vermag, leidt tot een toename van ons basisvertrouwen in de werkelijkheid. |
 |
| | Omhoog | |
|
|
|
 |
|
|
|
 |